Met een huilende viool en koel pianospel wordt 'I Saw The Dead' ingezet, de eerste langspeelplaat van Villagers, met frontman Conor O' Brien. 'O' Brien, Ierse naam, Villagers zijn dan ook Ieren. Ieren, dan denken de meesten onder ons misschien meteen aan U2, maar daar gelijkt de muziek van deze band van de verste verte nog niet op. 'Becoming A Jackal' is een plaat vol prachtige, sfeervolle nummers, en het opmerkelijke is dat songwriter O' Brien zijn soms gitzwarte teksten in een lieflijk badje heeft ondergedompeld.
Laat die openingstrack bij uitzondering nog vrij morbide klinken, dan klinkt het titelnummer al wat opgewekter. Als je de tekst erbij neemt, dan merk je dat het wat minder rozegeur en maneschijn is. Lines als 'And each time they found fresh meat to chew; I would turn away and return to you'; 'Lending me your ears while I'm selling you my fears' en het fraaie refrein ('I was a dreamer; staring at windows; out onto the main street; cos that's where the dream goes') zijn pakkend en verontrustend tegelijk.
'Ship Of Promises' vind ik het minste nummer op de plaat, maar toch zeker te genieten, gemaakt met oog voor detail (het belletje dat bij de zin 'As the captain calls everyone in' luidt).
‘The Meaning of the Ritual’ vind ik dan weer één van de beste nummers op deze plaat. De sacrale ingang van het nummer die leidt naar de eerste strofe, prachtig gewoon. De minimale ondersteuning van de akoestische gitaar doen O’ Brien met zijn intrigerende teksten gelijken op een rondtrekkende, middeleeuwse bard. En met ‘My love is selfish, and I bet that yours is too’ schrijft de beste man toch wel een universele waarheid neer, zeker? In tegenstelling tot ‘Ship of Promises’ een donker nummer.
‘Home’ klinkt een stuk opgewekter, met dat frivole, quasi willekeurige pianogetokkel en het achtergrondgezang ‘Can you call me when we’re almost halfway’. O’ Brien vertelt in deze song o.a. over een heilige en een slang (bijbelse verwijzing, iemand?) en een meisje dat haar familie veracht, maar toch onvoorwaardelijk volgt. Intrigerende verhalen, met een duister randje, dat het extra interessant maakt.
‘That Day’ blijft me vooralsnog niet echt bij, maar lijkt me een fijn popliedje, met een scherpe tekst.
‘The Pact (I’ll be Your Fever’ klinkt speels en onschuldig, maar zoals we al weten, is dat slechts schijn. O’ Brien lijkt er een sport van te maken, mensen op het verkeerde been zetten. Ik ken veel mensen die op een nummer als dit happy zouden meezingen, zonder te beseffen wat ze zingen. De tekst lijkt zo overdreven, dat het op mij ironisch overkomt in ieder geval. Verder wel een mooie melodie etcetera.
Frisse pianoklanken geven ‘Set The Tigers Free’ meer cachet, en dat is goed, anders denk ik dat dit nummer niet genoeg pit zou hebben, en ook flink in magie zou inboeten. Ook deze tekst herbergt weer enkele fraaie strofes, zoals bijvoorbeeld ‘And all at once I step outside into the wind and rain; I let it wash my weary eyes and see you do the same’.
De laatste drie nummers zijn naar mijn mening van een ongelooflijk niveau. ’27 Strangers’ vertelt het verhaal van een man (als we aannemen dat O’ Brien uit eigen ervaringen put), die te laat thuis komt, en het hele verhaal doet aan zijn ‘dearest one’ hoe het komt dat ie te laat is (een speling van het lot dus eigenlijk), en dat de mogelijkheid bestaat dat het de volgende dag opnieuw gebeurt. Prachtige song over de soms idiote situaties waarin mensen terechtkomen, en ook op andere vlakken, zoals bijvoorbeeld het bedwelmend mooie achtergrondgehuil, zal ik het noemen, en de sobere instrumentatie.
Dan hebben we ‘Pieces’, een nummer waarvan ik de indruk heb dat O’ Brien het beschouwt als zijn paradepaardje. Dit nummer is niet zozeer tekstueel, maar instrumentaal werkelijk overdonderend, alles klopt aan die song, tot het wolvengehuil aan toe, dat het een waanzinnig kantje geeft. Het nummer gaat volgens mij over een gebroken man, omdat hij ervaart dat hij niets goed kan doen voor zijn geliefde. Daarom ook dat waanzinnige gehuil, meen ik, uit pure wanhoop. Naar het einde van de song toe gaat Villagers helemaal uit de bol, met drukke instrumenten, om af te sluiten met een simpel pianoriedeltje (geniaal!).
‘To Be Counted Among Men’, de laatste song op deze plaat. Het is er eentje die het belang van het uitzitten van een plaat bewijst: wat een nummer! Ook in dit nummer meen ik bijbelse invloeden te vinden. Je hebt natuurlijk het vraagstuk ‘Heaven/Hell’, maar ook dit komt me erg bijbels voor: She says, look at this town, son; take a good look around, son; why should anyone here be saved?’ Het zou kunnen slaan op de tweelingsteden Sodom en Gomorra, maar mijn kennis omtrent de Bijbel is niet echt groot, moet ik bekennen. Wat mij betreft het beste nummer op deze plaat; heldere zang, beheerst akoestisch gitaargetokkel, een ietwat bevreemdende sfeer die wordt gecreëerd door de toegevoegde instrumenten, en vooral een tekst om duimen en vingers bij af te likken.
‘Becoming A Jackal’ zal nog vele malen opgelegd worden, hier bij mij thuis, of op vakantie, of waar dan ook, en misschien ga ik hem in de toekomst nog wat meer waarderen, zodat er nog een halfje bij kan. De teksten van O’ Brien bieden talloze interpretatiemogelijkheden, de enige die echt weet waarover het allemaal gaat, is de beste man zelf.
4 sterren