De eerste twee albums van deze canadese progressieve rockband, Dig (1993) en Scenery And Fish (1996), vond ik destijds te gek. Daarna ben ik de band uit het oog verloren. Een paar jaar geleden kwam ik het derde album tegen, Blue Green Orange (1999), dat me helaas flink tegenviel. Inmiddels bestaat de band niet meer; dit is het vierde en laatste album. Gelukkig speelt de band hier weer redelijk op niveau en zijn de songs voor het grootste deel de moeite waard. Zo goed en meeslepend als in de beginjaren wil het niet meer worden en de songs zijn minder memorabel, maar het vrij unieke geluid van de band blijft sporadisch indrukwekkend.