Revere is een veelzijdige band. Veel invloeden kunnen genoemd worden. Dan denk ik aan Arcade Fire, Beirut, Sigur Ros, Radiohead, Porcupine Tree en andere. Toch slaagt de band erin om een unieke sound te creëren. Dat ‘Hey! Selim’ één van mijn favoriete platen van 2010 is, hoeft daarom niet te verbazen.
Het begint al met ‘Forgotten Names’, een bijzonder sfeervolle opener. Een wals die steeds meer aanzwelt. Dan volgt ‘As The Radars Sleep’, waarin Arcade Fire duidelijk te herkennen valt. Het Arcade Fire van ‘Funeral’, tenminste. Laag over laag over laag. De zang van Stephen Ellis stoot recht door mijn borstkas naar mijn hart, het raakt me allemaal geweldig.
‘We Won’t Be Here Tomorrow’, bijna 3 minuten geweld. Zo klinken bands als Editors en The Killers in hun stoutste dromen. Venijnig, overweldigend, verdomd catchy. Om dan met iets helemaal anders van start te gaan. ‘The Escape Artist’ begint ingetogen, de zang doet me hier vaag denken aan die van Thom Yorke, zo’n beetje in het ijle weg, en toch fantastisch klinken. “Hold both my hands, don’t let go; hold both my hands, through the war” gaat het. In songschrijverij zijn de mensen van Revere dus ook al sterk. Na ongeveer 4 minuten begint dan dat begeesterende gitaarstuk, met invallende drums, waarna de spanning, kortstondig gebroken, weer langzaam wordt opgebouwd. Hier bestaat maar één woord voor, en dat is: wonderschoon. Die drummer doet trouwens een fantastische job, echt waar!
Tijd voor een walsje. Zo komt ‘They Always Knock Twice’ toch binnengelopen, op piano. De zang, en een lekker vioolsausje eromheen. Ook wordt hier harp gespeeld, denk ik. Later nog wat blazers erdoorheen. ‘Throwing Stones’ begint weer met zo’n geweldige ijle gitaarlijn. Je weet dat er iets interessants staat te gebeuren, je bent gewaarschuwd. Je bereidt je voor op een mokerslag, de zoveelste al op deze plaat. Tot de piano lieflijk invalt. Nee, het wordt een ingetogen song, denk je dan. Toch houdt het drumwerk de spanning in treffend in stand. De gitaarlijn zwelt aan. Het Arcade Fire-gevoel, vermengd met de melancholie van Sigur Ros. De drums slaan door, en een geluidstorm komt op gang, subtiel doorweven met die lieflijke piano. Blazers en strijkers maken het geheel nog een beetje grootser. Na 20 keer komt het nog altijd even indrukwekkend op me over. Na 4 en halve minuut volgt een rustiger stuk. Zo eindigt deze song. In verbluffende schoonheid, met strijkers.
‘The Hating Book’ begint met geroezemoes van mensen op de achtergrond, gevolgd door een man die iets declameert. Daarna begint de eigenlijke song, met zware strijkers en een gitaar. Het Raven String Quartet speelt op deze plaat mee als begeleiding, lees ik ergens. Ze doen dat goed. Erg dreigende song. Toch duurt het lang voordat de song echt openbarst. Maar dat zulks moet gebeuren, dat voel je wel aan. De eerste vier minuten zijn een bijzonder mooie voorbode op de laatste minuut, waarin het geluid aanzwelt. “I’ll write you in my hating book” wordt er gezongen, en dan barst de storm los. ’t Is een korte storm, akkoord, maar een heftige.
Dan één van m’n favorieten, ‘I Can’t (Forgive Myself)’. Die loodzware blazers in de beginfase zetten perfect de sfeer neer, waarna er een plotse omslag wordt gemaakt in het geluid, een beetje luchtiger. “How can I ask you to forgive me when I can’t forgive myself?” vraagt men zich af. Een vraag die moeilijk te beantwoorden valt. Daarna schakelt men over naar een hogere versnelling. De zang is beklemmend en bedreigend. De krankzinnige gitaar die straks prominent op de voorgrond zal treden, is nu bij vlagen al te horen. Nu zijn de blazers het nog die de overhand hebben (naast de zang). Na 3 minuten 20 seconden stopt men abrupt met blazen, wordt er een oorlogsmars geroffeld op het drumstel, en valt instrument na instrument in. Vinnige strijkers, en een gitaar die nog even kan worden ingehouden. Daarna komt het moment. Die krankzinnige, zeer eigenzinnige gitaarsolo. Het geluid stuitert alle kanten uit, maar het klinkt wel fantastisch. Daarna komen de blazers weer aan het woord, en de strijkers maken de song rond.
‘Things We Said’ doet in het begin best aan Porcupine Tree denken, vind ik. Het is wederom een erg beklemmend nummer, en de strijkers zijn ook weer van de partij. “The things we said, we now regret”. Ook de blazers vallen weer in. Telkens weer dezelfde instrumenten, en toch gaat het nergens tegenstaan, want elk nummer is compleet anders. 12 sfeervolle luisterervaringen. De uitbarsting rond 3 minuten 20 seconden is memorabel. Een geweldige mengelmoes van geluid passeert de revue, en zo eindigt de song.
Het langste nummer van deze plaat is ‘I Bet You Want Blood’. En het intrigeert vanaf de eerste noot. Ook dit leunt wel wat naar Porcupine Tree, het herbergt die zelfde duisternis. Na een vrij lange, maar uiterst dreigende, spannende intro, begint de song met een geweldige gitaarlijn. Ook de naam Godspeed You! Black Emperor wordt hier wel eens genoemd. Kan ik alleen maar mee akkoord gaan. Die magistrale opbouw van suspens, dat konden die Canadezen ook. Heel geduldig wordt er naar een climax opgebouwd, na ongeveer 3 minuten barst het nummer open. Monden vallen open, althans de mijne toch, van verbazing. Na 4 minuten is er weer zo’n typische ijle gitaarlijn die alle geweld doorbreekt. Een half minuutje later vallen strijkers in. Nog een half minuutje later begint de opbouw naar een tweede climax. Op de achtergrond is iets hoorbaars, het lijkt wel de kreet van een dinosaurus of een ander prehistorisch wezen. De laatste minuut begint met een fantastische ontploffing. De zang escaleert, gaat naar het ‘Child In Time’-niveau. De laatste minuut is er één om te onthouden.
Hiermee is dat gedeelte ook weer afgesloten. Volgende gedeelte dan maar. ‘Maybe In Time’ leunt weer meer aan bij songs als ‘Throwing Stones’ en ‘The Hating Book’, en aan de pianowalsjes. Bijzonder sfeervol nummer. De piano neemt de luisteraar mee naar een andere wereld, een verlichte wereld waar mensen met pruiken thee drinken en over ‘Candide’ van Voltaire discussiëren. De strijkers en gitaar halen je terug naar de 21ste eeuw. Vervolgens wordt je gehypnotiseerd door het gitaarspel en de haast bezwerende zang. In de uithalen liggen kilo’s emotie. Tijd voor het laatste nummer.
Dat is ‘Too Many Satellites’. Een intro van gitaargeluid maakt de baan vrij voor weer zo’n kenmerkende gitaarlijn, even later vallen de strijkers in. De strijkers gaan naar een breekpunt werken, dat voel je. De cello valt in, en zorgt voor een nog somberder, dieper getroffen gevoel. Na 3 en halve minuut zet een soort van koor in. De outro van ‘Hey! Selim’ duurt 4 minuten en half.
Revere heeft met zijn eerste langspeler meteen een voltreffer in handen; een klein uur wordt de luisteraar overweldigd door verschillende emoties, gaande van melancholie over nostalgie tot angst en ontzetting. Verder wil ik het drumwerk nog eens extra in de bloemetjes zetten, want dat is toch echt geweldig op deze plaat, en stuwt de muziek als het ware voort. Een leidraad.
Revere krijgt van mij de bijna perfecte score, en een mooi plaatsje in mijn eindejaarstop 10.
4,5 sterren
P.S. Voor wie dit goed vindt, probeer ook eens 'The Devil And I', van Lone Wolf. Ook dit jaar uitgekomen, ook in m'n eindejaarstop 10, en ook retegoed.
