Een hele tijd terug werd ‘16[485]’ van de Duitse band Agrypnie voorgesteld als Metal Album van de Week. Ik was er meteen van onder de indruk, en kon me wel voor het hoofd slaan omdat ik ‘m in 2010 niet had opgepikt. Deze plaat had immers een reële kans gehad om een plaatsje in m’n eindejaarstop te behalen. Maar goed, het belangrijkste is dat ik ‘m zoveel kan beluisteren als ik wil, en dat muziek niet begrensd wordt door een jaartal.
Enkele weken na de eerste kennismaking heb ik het album besteld, en sindsdien heb ik het nog een paar keer beluisterd. Op CD klinkt het natuurlijk nog beter dan in MP3-vorm, veel voller en helderder. Ik had nog nooit van deze band gehoord, maar had ‘m eerder al opgemerkt in de rotatielijst van user wizard, die ik toch zo’n beetje volg als metalliefhebber. Daarom opnieuw: vreemd dat ik ‘m niet eerder had opgepikt. Je kan ook niet alles luisteren, sommige dingen glippen door de mazen van het net, en dat het soms mooie dingen zijn, bewijst deze plaat. Dubbel zo mooi dat ik ‘m uiteindelijk toch heb kunnen ontdekken.
Tot nu toe vind ik dit de beste inzending van deze ronde in het Metal Album van de Week, tevens de eerste keer dat ik actief meedoe. ‘16[485] wordt ingezet met een zeer sfeervolle intro, en wordt ook afgesloten door een al even sfeervolle outro. Daartussenin vinden we acht lange songs, in lengte variërend van een goeie 6 minuten tot net geen 12. De tweede track sluit naadloos aan op de intro, en is meteen een geweldige binnenkomer. Ontzettend intense muziek is dit, dat heb ik dan al door. Maar het blijkt slechts een voorproefje; wat nog komen moet, is van een geheel ander niveau.
Even een woordje over het artwork, want omdat ik ‘m in huis heb gehaald, kan ik daar van genieten, en dan laat ik de kans niet liggen om pluimen op de spreekwoordelijke hoed te steken. Op de hoes staat een obscure, eenzaam uitziende jongeman naar beneden te staren, op een soort van brakke grond of zoiets (ben geen expert). De overheersende kleuren zijn grijs en zwart. In de binnenhoes zien we een grauwe boom, die er treurig bijstaat na een op voorhand verloren gevecht met de dominante wolken aan askleurige hemel. Kortom, prachtige beelden, die de ongure sfeer van het album nog versterken. De beelden die in je brein worden gevormd, zijn erop geïnspireerd, althans in het mijne toch.
De acht songs die tussen de intro en outro zitten, bieden ons een dik uur puur luistergenot. Lange, sfeervolle stukken worden afgewisseld met enorm hevige passages, waarin de drummer een hoofdrol opeist. Ik heb dat wel meer bij dit soort bands, dat de drummer een uiterst positieve rol speelt. Hij speelt met veel gevoel voor ritme, en ook enorm intens. Hij legt z’n hele ziel erin, daar kan je van op aan. De zang vind ik er ook prima bij passen, grauw en soms met van die fantastische lange uithalen.
De songs kennen allemaal een uitstekende opbouw, en zijn zonder meer episch te noemen. ‘Kadavergehorsam’ bijvoorbeeld, dat geduldig opbouwt tot een climax die z’n weerga niet kent. Of ‘Morgen’, met dat fantastische, terugkerende refrein! Meer dan genoeg om razend enthousiast over te zijn. Ook het gitaarwerk is van een hoog niveau, de riffs zijn erg goed gevonden, en passen allemaal perfect in het duistere sfeertje. Toch is het niet al kommer en kwel, lijkt de muziek uit te roepen. Dat greintje hoop, dat je ook hoort in veel postrock, maar dan in een genuanceerdere vorm, is voor mij onmiskenbaar aanwezig. Het doet je hinkelen op twee gedachten, of eerder, twee gevoelens. Want bovenal is dit een gevoelsplaat, heel puur en eerlijk klinkend.
Uitschieters zoeken is niet makkelijk, want de hele plaat lang wordt er op een vrij constant niveau gepresteerd, een hoog niveau ook, als het nog niet overduidelijk was dat ik er zo over denk. Er zijn wel genoeg hoogtepunten die ik eruit kan lichten (dat vind ik dan weer iets anders); zoals de fantastische gitaarlijn in ‘Verfall’, in combinatie met de zang. Ik kan ook niet meteen iets bedenken waar je dit mee zou kunnen vergelijken, misschien een beetje met ‘Ashes Against the Grain’ van Agalloch, maar dan ga ik het beslist al erg ver zoeken. Nee, laten we het er op houden dat dit een vrij unieke plaat is, die naar mijn gevoel veel blootlegt, veel teweegbrengt. Daarom kan ik ‘m ook niet altijd beluisteren, soms is het gewoon te intens. En dat is niet als kritiek bedoeld.
Zo, ik heb weer eens enkele paragrafen volgeschreven met mijn nonsens, teneinde tot een conclusie te komen. Agrypnie heeft met ‘16[485]’ een geweldige prestatie neergezet, en het zal heel moeilijk zijn om dat te overtreffen. Sowieso is het al enorm sterk om gedurende bijna 5 kwartier geen seconde te vervelen, maar dit is ook nog eens meer dan gewoon vermaak; dit is gewoonweg briljant. Deze plaat balanceert op het randje tussen 4 sterren en 4,5 sterren, maar dit soort juweeltjes geef ik met alle plezier het voordeel van de twijfel.
4,5 sterren