Drie jaar na The way I see it is Raphael Saadiq terug van weggeweest. Na de formaties Tony! Toni! Toné! en Lucy Pearl geniet Saadiq al enkele jaren als solist enige roem. Met zijn vorige plaat verwierf hij al redelijke bekendheid in onder andere de Verenigde Staten en Europa, maar op het internet gonst het van de speculaties dat dit voor hem de definitieve doorbraak zal betekenen. Het feit dat dit tot nu toe één van de weinige soul releases van 2011 is zal zeker in zijn voordeel zijn, en op het internet is menig critici het er over eens: dit album zal veel te horen zijn deze zomer. Saadiq verklaarde dat zijn vorige album als het ware een echo was van het sixties werk van The Temptations, en dat hij voor dit album een lichtelijk andere koers zal varen maar tegelijkertijd dezelfde lijn zal voortzetten als The way I see it en -uiteraard- met behoud van de retro sound.
Dat dit album vol staat met retro nummers staat tijdens de eerste beluistering al buiten kijf. Menigeen kan al snel concluderen dat dit vakwerk is. Ondanks dat vind ik het materiaal veel van hetzelfde en twijfel dan ook de houdbaarheid van Stone rollin’ als geheel. Af en toe een nummer is zeker fijn, maar dan grijp ik toch al snel steeds terug naar de titeltrack. Dat is naar mijn idee toch wel het pronkstuk op deze plaat. Opener Heart attack is een voorbeeld van een nummer waar ik vrij snel op uitgekeken ben. Het is één van de stevigste nummers op het album, het kent een strakke instrumentatie en barst van de energie. Toch heb ik geen seconde het idee dat ik luister naar een funknummer dat mij volledig weet in te pakken. Go to hell begint veelbelovend, maar het blijft maar voortkabbelen. Ruim vier minuten lang steeds hetzelfde deuntje zonder enige afwisseling. Het koortje weet het nummer nog enigszins naar een hoger niveau te brengen en dat de instrumentatie halverwege het nummer wat voller wordt draagt daar ook aan bij. Het weerhoudt mij er echter niet van om het nummer tot een redelijk saai liedje te bestempelen.
Met Radio en Over you wordt teruggegrepen naar een combinatie van sixties soul en rock. Aanvankelijk erg verfrissend, maar het frisse is er na drie luisterbeurten wel van af. Day dreams ademt een jaren ’50 stijl uit en wekt op de een of andere manier (qua arrangement) zelfs het gevoel op dat dit een traditioneel “zwart” gospel nummer had kunenn zijn. Movin’ down the line tapt duidelijk uit het Motown-vaatje, maar het is vooral een gebrek aan charme dat ervoor zorgt dat ik liever iets van Motown van –tig jaar geleden opzet. Just don’t doet me denken aan het eerdere nummer Go to hell, ruim vijf minuten lang hetzelfde. Waarom er zo weinig variatie in dit album zit is mij een raadsel. Gebrek aan creativiteit heeft de beste man namelijk niet. Good man is naast de titeltrack het tweede nummer dat ik écht goed vind. De heerlijke losse vibe en het nogal kale arrangement zorgen voor een betoverende sfeer. Een sfeer die ik graag vaker had willen ervaren op deze plaat. Ook de toegevoegde gastartiest(e) zorgt voor een meerwaarde. The answer mag het album afsluiten, of nouja, bijna dan. Hoewel dit nummer tekstueel één van de sterksten is, gaat het helaas gepaard met één van de saaiste arrangementen. Er volgen een paar minuten stilte en dat wordt de luisteraar verrast met een “verborgen” nummer, vandaar dat The answer ook bijna tien minuten duurt. Dit nummer valt ietwat buiten de stijl in vergelijking met de rest, het ligt in zekere zin in dezelfde lijn, maar is meer georiënteerd op het neo-soul genre, maar helaas weet ook dit nummer geenszins te imponeren.
Naast kwaliteit wordt er ook (helaas) verzadiging geboden. Tien nummers, tien keer bijna hetzelfde kunstje waarbij alleen de titeltrack en Good man zijn blijven hangen. Saadiq is een artiest in hart en nieren en kent de fijne kneepjes van het vak. Entertainen kan hij als geen ander. Productioneel, vocaal en instrumentaal een prima album waar menig artiest een voorbeeld aan kan nemen. Op originaliteit (teksten e.d.) en pakkendheid daarentegen ben ik dan weer een stuk minder enthousiast. Meer soul dan dit kom je tegenwoordig haast niet tegen in een album, maar ironisch is dat ook het struikelblok, de échte soul ontbreekt. Stone rollin’, een plaat waar je prima op los kan gaan maar geen enkele emotie weet over te brengen. Het “zijn we er al bijna”-gevoel dat na ongeveer het vijfde nummer begint blijkt een terugkomend verschijnsel. Misschien is dat bij zijn volgende album anders…