16 augustus 1980 was een mooie dag voor Britse liefhebbers van scheurende gitaren. Het leidde tot midprice-elpee
Monsters of Rock, maar met de grote concurrentie en mijn kleine budget kwam het nooit tot aanschaf. 44 jaar later kwam ik 'm in Den Bosch bij The Record Hustler alsnog tegen.
Indertijd was ik vooral nieuwsgierig naar het Rainbow met Graham Bonnet, die via
Down to Earth en vervolgens bij MSG met
Assault Attack grote indruk maakte. In de jaren '90 hoorde ik hem op verzamelaar
Hard Rock Live (1982)
Stargazer zingen, oorspronkelijk met Ronnie James Dio opgenomen. Dat je dat überhaupt aandurfde...
25 jaar verder hoor ik die opname weer. Hij slaat zich er verrassend goed doorheen. Sterker nog, ook deze versie kan ik heel goed waarderen. Grootste gewenning is eigenlijk dat het symfonieorkest van de studio ontbreekt, maar een grootse klassieker als deze kan dat wel hebben.
Dan de twee nummers van de Scorpions, charmante hardrock, zoals het bericht van
gigage hierboven al aangeeft. Ondanks het simplistische drumintro van
Another Piece of Meat blijkt de som der delen weer eens ijzersterk: wat een hecht team waren de Scorpions inmiddels met gitarist Matthias Jabs. Dit waren dan ook de jaren dat de groep zich warmdraaide voor een Amerikaanse doorbraak.
Kant 1 sluit af met
Backs to the Wall, eerder op het debuut van Saxon. Die plaat bevat een mix van jaren '70 hardrock en metal nieuwe stijl. Dit nummer valt in de eerste categorie, maar is met alle live-energie tegelijkertijd overdonderend. Je hoort een groep zojuist tot de Europese top doorgebroken, hard en zelfverzekerd spelend. Zéker in hun eigen Engeland.
Met
All Night Long van Rainbow-nieuwe-stijl start kant 2. Geschikt om mee te zingen (dat moet het publiek dan ook doen) en op het lijf geschreven van Bonnet, weliswaar een ervaren zanger maar hier nog groen als gras in het hardrockwereldje. Verrassend is het slot met het instrumentale
Blues, dat ik kende van hun befaamde
On Stage uit '77.
Het Canadese April Wine was net begonnen om de oversteek naar Europa te maken. Tot een grote doorbraak kwam het niet, toch was dit in 1980 een naam om rekening mee te houden en
I Like to Rock bevestigt dat. Leuk om de liveversie te horen van dit nummer dat ik kende van verzamelaar
Metalmania uit 1980, maar eigenlijk van hun
Harder..... Faster uit datzelfde jaar.
Touch uit de Verenigde Staten is nooit echt tot mij doorgedrongen. Melodieuze hardrock / adult oriented rock, kalmer dan de collega's op dit festival, waarmee de groep enigszins uit de toon viel. Laat onverlet dat
Don't Ya Know What Love Is? goed in elkaar zit. De studioversie staat op hun titelloze
debuut, dat ik maar eens moet gaan beluisteren.
Slotnummer is
Road Racin' van Riot uit New York. Heerlijk nummer en dat er hier moet worden meegezongen mag de pret bijna niet drukken - je krijgt immers een goede indruk van de livecapaciteiten van de groep. Ouderwetse hardrock, maar net als Saxons
Backs to the Wall zó energiek dat het voor metal kan doorgaan. En wat had Guy Speranza een gouden keeltje...
Ook leuk: de fotootjes op de achterzijde van de hoes, die een beeld geven van hoe een hardrockende groep zich in die dagen kleedde. Met de foto's van Rudolf Schenker en Klaus Meine van Scorpions snap ik nu opeens waar Stryper vier jaar later het idee van wespenkleuren aan ontleende... Het album is geproduceerd door de eigen producers van de groepen, waarbij Rainbows/Polydors Roger Glover er als executive producer voor waakte dat het geluid uniform bleef.
Polydor had kennelijk een dikke vinger in de pap van deze eerste editie van Monsters of Rock, dat later als festival ook buiten Engeland actief zou zijn én zou worden gebruikt als naam van een tv-show op Sky Channel. Door de regie van de platenmaatschappij ontbreekt namelijk één groep van de line-up op deze langspeler, desondanks een fijn tijdsdocumentje.
De hoes van de
US-versie mag er trouwens ook zijn qua foto-indrukken.
Een sfeervolle terugblik met de nodige foto’s en verhalen is
hier te vinden.