MusicMeter logo menu
MusicMeter logo
poster

Smog - A River Ain't Too Much to Love (2005)

mijn stem
4,08 (144)
144 stemmen

Verenigde Staten
Folk
Label: Domino

  1. Palimpsest (2:52)
  2. Say Valley Maker (5:10)
  3. The Well (7:00)
  4. Rock Bottom Riser (5:44)
  5. I Feel Like the Mother of the World (3:09)
  6. In the Pines (5:12)
  7. Drinking at the Dam (4:07)
  8. Running the Loping (6:55)
  9. I'm New Here (3:59)
  10. Let Me See the Colts (6:39)
totale tijdsduur: 50:47
zoeken in:
avatar van Omsk
5,0
1995 - When I was 7 / I wanted to live in a bathysphere

1997 - Most of my / fantasies / are of / to be of use [..] / to be of some hard simple undeniable use [..] / oh like a horseshoe / or oh like a corkscrew

1999 - With all these miles, another piece of me peels off and whips down the road/ I should have left a long time ago/ I could drive forever

2005 - Bestemming bereikt?

Eeuwig fremdkörper Callahan stapt uit en kijkt om zich heen. Eerst nog vragend, zonder een diagnose te vellen. Als een journalist die een per ongeluk opgevangen telefoonnummer haastig op een bierviltje krabbelt, componeert hij een snel liedje over deze vluchtige seconden: Palimpsest. Een lied over de verwondering van een nieuw thuis, een gevoel dat snel wordt vervaagd door het web aan associaties die je er aan op zal hangen. De route van a naar b is beëindigd, maar de reis moet op dit punt nog beginnen.

Callahan heeft geen illusies, plannen, ambities of doelstellingen. Reizen is dit: je laten vormen door een nieuwe omgeving. Het nieuwe is overweldigend, alom present, oneindig - wat heeft het voor een zin om een andere houding aan te nemen dan die van willoos werktuig? Say Valley Maker gaat over de zaligheid van totale meegaandheid. Waar Callahan in één der bovenstaande strofes mijmerde over de kennelijk aangename gedachte als gebruiksvoorwerp te dienen, heeft hij nu zelfs die bescheiden ambitie laten varen: bury me in wood/ And I will splinter/ Bury me in Stone/ And I will quake.

Doet Callahan dan helemaal niks op zijn nieuwe bestemming? Jawel - hij gooit op zekere dag een fles in de bossen! Maar - vraagt hij zich meteen daarop af - wat nu als een onfortuinlijke konijn of hinde zijn pootje verwondt aan de scherven? Hij verzamelt de stukjes, en als hij verder heeft gelopen dan hij kon gooien valt zijn oog op een druppel die aan een emmer van een verder droogstaande put hangt. Hij kijkt naar de druppel, maar deze valt niet -- later valt hij buiten zijn zicht wel, maar tot zijn geluk vormt zich een nieuwe druppel. Ja, Callahan is een druk baasje in dit derde nummer( - ofwel: heerlijk hoe gepassioneerd en gedetailleerd het helemaal-niks-doen wordt beschreven ).

Het vierde nummer is reflectie: onder een centrifugale gitaardeun om in te verzuipen bezingt Callahan zijn roots en reis. Op zichzelf een van de meest melancholieke nummers uit Smog's oeuvre, en niet voor niets een favoriet onder fans.

In het midden van de CD is er overzicht. Over de schouder kijk je mee hoe Callahan op de top van een berg bedenkt dat hij zijn eigen God is. Misschien zoek ik samenhang die er niet is, maar heel misschien mag ik geloven dat op diezelfde bergtop Callahan terugvalt in zijn natuurlijke rol als troubadour: hij vertolkt een interpretatie van folk-klassieker In The Pines, en zingt met Drinking At The Dam een liedje over zijn jeugd. Niemand luistert mee, en Callahan bergt zijn gitaar op en gaat voor het eerst naar zijn nieuwe thuis.

Running the Loping is een heerlijk beschouwend liedje over wat hij thuis doet (niks), en welke omgevingsfactoren op dat moment welke betekenis hebben. Weer heel abstract, weer heel halfbakken onverschillig, weer heel Smog.

I'm New Here: zowaar verlaat de ik-persoon-die-ik-steeds-Callahan-heb-genoemd des 's avonds zijn kamertje. In een café kijkt hij verdwaasd om zich heen, probeert met automatischepilootachtige grootspraak een vrouw te imponeren, maar moet al gauw erkennen dat hij te verdwaasd is om ook maar te begrijpen of de woorden die hij zegt aanslaan. Niettemin stel ik me zo voor dat Smog in een plezierige staat van totale verdoofdheid naar huis loopt. Een willoos werktuig. Als het regende, zou hij zonder sjoege de goot in spoelen.

Afsluiter Let Me See The Colts zou ik misschien met wat fantasie ook in dit lopende verhaal kunnen plaatsen, maar ik heb denk ik zo al genoeg kunstgrepen gemaakt in deze recensie, en ik vind de interpretatie van Sven ook wel erg interessant. En zonder nonsens: het is inderdaad een heel heel sterk nummer.

Callahan rekent op deze af CD met het aanhoudende onbehagen over zijn lotsbestemming, niet zozeer door zich met zijn lot te verzoenen, maar door zijn hele bestaan aan het moment op te hangen en zich niet meer druk te maken om welk lot dan ook. 'Bestemming bereikt' is hier eigenlijk 'bestemming achtergelaten'.

avatar van madmadder
4,5
Toen ik een jaar of zestien was gingen we een weekje naar Gent. Ik had geloof ik net een bijbaantje in een winkel en was al een paar maanden aan het sparen. Volgens de legenden kon je namelijk in Vlaanderen veel betere muziek kopen dan in Nederland. In de eerste de beste platenzaak heb ik direct al mijn opgespaarde geld uitgegeven aan allerlei LP’s die ik nog nooit in Nederland tegen was gekomen. Eentje daarvan was A River Ain’t Too Much to Love van Smog, een singer-songwriter die ik na bijna twintig jaar nog steeds heel erg hoog heb zitten.

Bill Callahan, de man achter Smog (A River Ain’t Too Much to Love is het laatste album onder de naam Smog, hierna zou hij onder zijn eigen naam muziek gaan maken), begon ooit als zolderkamerartiest die met behulp van een zo krakkemikkig mogelijk geluid zijn zielenroerselen en speelse experimenten met de wereld deelde. De zolderkamer maakte op een bepaald moment plaats voor een studio en de experimentele uitspattingen verdwenen bijna geheel, totdat daar enkel de helder opgenomen en prachtige liedjes van Callahan overbleven.

Sober
A River Ain’t Too Much to Love is misschien wel zijn meest sobere plaat. Geen elektrisch versterkte instrumenten, maar vooral akoestische gitaren, een drumstel en enkele extra geluidseffecten en instrumenten die de minimale muzikale aankleding net wat meer diepte geven. Het zorgt ervoor dat de nadruk volledig komt te liggen op de teksten en zang van Callahan, en die zijn zoals altijd een waar genot om naar te luisteren.

De stem van Callahan is er één om spontaan verliefd op te worden. Die zware, rustgevende stem heeft misschien een niet al te groot bereik, maar hij weet er zoveel mee over te brengen. Je hoeft eigenlijk al niet meer naar de teksten te luisteren (al raad ik dat wel enorm aan, want ze zijn prachtig!) om te voelen wat Callahan bedoelt.

The Well
Soms is dat pure pijn (zoals op ‘Palimpsest’), soms is dat de veerkracht om weer op te krabbelen uit diepe dalen en liefde voor de mensen om je heen (zoals op ‘Rock Bottom Riser’), soms is dat lichtheid en humor (zoals op ‘The Well’), soms is dat nostalgie (zoals op ‘Drinking at the Dam’) en soms is dat ontroering om ogenschijnlijk kleine dingen (zoals op ‘Let Me See the Colts’).

Ik wil vooral ‘The Well’ even uitlichten. Je moet namelijk Bill Callahan heten om een zeven minuten durend nummer te schrijven over een druppel water en dat op zo’n manier te doen dat het één van de spannendste en één van de meest komische liedjes is die ik ooit gehoord heb. Het nummer toont bij uitstek waar Callahan zo enorm goed in is, namelijk de aandacht vestigen op zaken waar we normaal aan voorbijgaan. Hij doet dat vervolgens op zo’n meeslepende manier dat de meest onbeduidende dingen opeens extreem relevant lijken.

Hoogstandjes
Als je naar de liedjes van Callahan luistert, is het direct duidelijk dat deze man op een unieke manier naar de wereld om ons heen kijkt en hij bezit de gave om liedjes te schrijven waarbij hij de luisteraar volledig zijn wereld in trekt. En hoewel hij albums heeft waar af en toe een minder nummer op staat, staan er op A River Ain’t Too Much to Love alleen maar hoogstandjes.

Wat zo knap is aan dit album, is dat Callahan met minimale muzikale middelen toch een heel palet aan emoties weet op te roepen. Voor een album dat voornamelijk bestaat uit akoestische gitaar en drums, is A River Ain’t Too Much to Love bijzonder divers te noemen. Bovendien komen alle aspecten van Smogs muziek op dit album voorbij: intelligente teksten, speelse vondsten, een uit duizenden herkenbare stem en simpele doch meeslepende composities, dit album heeft het allemaal.

Ongewoon
In de discografie van Callahan is A River Ain’t Too Much to Love met zijn sobere muzikale aankleding toch wel ongewoon te noemen, maar aan de andere kant: eigenlijk heeft ieder Smog-album wel iets unieks. Dit is in ieder geval samen met Wild Love uit 1997 (die gaat hier zeker ook nog eens besproken worden, en waarop we weer een heel andere Callahan horen), mijn favoriete Callahan-album en een album waar ik na bijna twintig jaar luisteren nog altijd niet op uitgekeken ben.

Dit is misschien het laatste album dat hij maakte onder de naam ‘Smog’, maar hij heeft na dit album onder zijn eigen naam ook nog een hele rits albums gemaakt. Inmiddels telt zijn discografie negentien volwaardige albums (en ook nog een heel aantal EP’s), ze zijn niet allemaal even goed, maar ieder album kent wel enkele nummers die je van de sokken blazen. Maar mocht je een goed instapalbum zoeken, laat dat dan A River Ain’t Too Much to Love zijn. Dit album herbergt alle kenmerken van Callahans muziek in zich en is ook nog eens uitmuntend in de uitvoering.

blogpost

avatar

Gast
geplaatst: vandaag om 00:30 uur

avatar

geplaatst: vandaag om 00:30 uur

Let op: In verband met copyright is het op MusicMeter.nl niet toegestaan om de inhoud van externe websites over te nemen, ook niet met bronvermelding. Je mag natuurlijk wel een link naar een externe pagina plaatsen, samen met je eigen beschrijving of eventueel de eerste alinea van de tekst. Je krijgt deze waarschuwing omdat het er op lijkt dat je een lange tekst hebt geplakt in je bericht.

* denotes required fields.