Vorige week heb ik vluchtig de zes studio-albums van Eagles, uit het zwarte sixpack CD-boxje, langs laten komen, besproken en ben daarmee weer terug beland in een oude muzikale liefde uit de jaren ‘70. Zeker, ik luisterde Supertramp, Procol Harum, Steely Dan, Genesis, Focus en Bob Dylan, maar ook deze door-en-door Amerikaanse band met het typische geluid van de westcoast, ook al kwam geen van de bandleden oorspronkelijk uit California. Een stel getalenteerde muzikanten, dat elkaar vond in de de smeltkroes van L.A. en de countryrock omarmden.
Dat weet natuurlijk iedereen al en het is allemaal geschiedenis. Dat het geen sprookje was weten we dankzij de niets verhullende documentaires. Maar, om nu weer de 45 jaar oude vetes uit de kast te halen en daarover te treuren, dat gaat me te ver. De tijd heelt niet alle, maar toch wel een paar wonden.
De studioplaten waren niet mis. Een constant hoog niveau en een heel herkenbaar eigen Eagles-geluid. Over het laatste product uit die reeks, The Long Run (1979) kun je verschillend denken en ook ik kan dat album maar voor de helft echt waarderen, maar met het glas halfvol, heb je toch nog genoeg over, is mijn redenering.
En dan, in 1980, als slotakkoord van die roerige jaren ‘70, dit live-dubbelalbum. Hoe gezellig het was in de kleedkamers, hoef ik niet te weten, maar merk wel op dat er hier een prachtig stuk samenwerking te horen is. Laat ik het gerust harmonie noemen. Met nét iets meer beleving en emotie dan op de keurig ingespeelde studioplaten, komt de essentie van het repertoire nog sterker naar voren. Het is genieten, zelfs met de wetenschap dat er wat gerommeld moet zijn met de opnames en het publiek hier en daar een tikje onnatuurlijk erin gemixt is. Laten we zeggen dat live de basis was en dat die opnames in de studio rechtgetrokken zijn tot een klinkend resultaat.
Er zijn twee series concerten gebruikt. De oudste serie is uit 1976 en daarvan vinden we New Kid in Town, Wasted Time, Take it to the Limit, Doolin Dalton (Reprise II) en Desperado op deze dubbelaar. Dit zal de Hotel California-tour geweest zijn. De rest van de opnames is uit de Long Run-tour van zomer 1980. Life’s been Good is het snijdend kritische commentaar van Joe Walsh op de muziekindustrie, te vinden op de soundtrack FM en op But Seriously, Folks …, zijn soloplaat uit 1978. Een sterke song en stevig neergezet.
Vaak is opgemerkt dat Eagles Live wat meer rock laat horen en wat minder sentimentele country-ballads. Dat is maar gedeeltelijk waar en vooral op de tweede schijf tel ik toch overwegend langzame harmonie-zang-nummers met als oppeppers All Night Long en Life in the Fast Lane. Het klinkt niet geforceerd, want het zijn de twee bekende gezichten van de band, die dan toch weer optimaal samenkomen in slotnummer Take it Easy met Glenn Frey.
Ik kan dus best, na 44 jaar, erg genieten van deze Eagles Live. Oké, er is dus wat gemanipuleerd, zoals ook Supertramp’s Paris een gedeeltelijk studioproject was. Maar kennelijk was het nodig om dit tot een live-klinkend album te maken. Vandaag de dag is manipulatie aan de orde van de dag en heel wat kwalijker dan we hier voorbij horen komen. Een album kan nooit een rechtstreekse concertregistratie zijn en heeft bewerking nodig om het thuis ook een beetje leuk uit de speakers te laten komen.
Een sterk album, minder clean dan de reguliere studioplaten en een fraaie samenvatting van wat de mannen tot aan hun afscheid in petto hadden. Ondanks de spanningen, toch heel professioneel en muzikaal dik in orde.
Voor wie de kaarten al in huis heeft: veel plezier in Gelredome, 13 juni a.s. Het is de investering vast waard.