Het twintigste album van UFO, als je EP
Ain't Misbehavin' (1988) meerekent hun éénentwintigste, verscheen in februari 2012. Medio 22 november 2024 herverschijnt
Seven Deadly op cd en vinyl via Cleopatra Records, dat dit jaar het
nodige werk van UFO uit de jaren vanaf 1988 uitbracht in nieuw jasje én op streaming plaatste.
Seven Deadly staat daar inmiddels ook, inclusief een drietal bonustracks. Zoals op de vorige albums van hardrockers UFO klinkt de nodige blues, een koers die frontman Phil Mogg vanaf
Walk on Water (1995) hernieuwd inzette, toen nog met Michael Schenker. In Vinnie Moore vond hij een muzikale bondgenoot en de shredder van weleer voegt zijn spel wederom naar die van het instituut.
Met Pete Way nu al enkele jaren op de reservebank wegens gezondheidstroebelen was de Duitser Lars Lehmann sessiebassist. De gitaarpartijen van Moore werden in Delaware in de VS opgenomen, de rest inmiddels traditiegetrouw in het Duitse Celle in Area 51, waar echter een geheel nieuwe studio was verrezen. Daarbij hoorde een zwembad; het stond leeg en de drumset werd op de bodem ervan geplaatst voor een optimaal geluid. Drummer Andy Parker keerde na het vastleggen van de drumpartijen terug naar Texas, waarna Mogg begon aan zang en teksten.
De muziek werd geschreven door Moore met toetsenist/gitarist Paul Raymond, die in dit geval de voorkeur gaf aan zijn gitaar. De muziek op
Seven Deadly is daarom minder blues- en meer riffgericht. Dat lukte echter niet goed: een mindere UFO, zij het met twee uitschieters.
Vierkante hardrock in opener
Fight Night, waarna de groep in
Wonderland sneller speelt dan men jarenlang deed. Een heerlijk fel nummer dat me doet denken aan Sammy Hagars
Trans Am (1979), dat ook al over een “wonderland” ging.
Als album blijkt
Seven Deadly vooral langzamer en meestal massief te rocken. Voorbeelden zijn bluesrocker
Mojo Town en ballade
Angel Station met dames in het koortje.
Moores gitaarwerk is uiteraard om te smullen. Wat ik echter bij track 3 tot en met 7 mis zijn pakkende melodieën. Dat lukt dan eindelijk wel in het pakkende en melancholieke
Burn the House Down, dat profiteert een mindere robuustheid.
Aardig zijn de shuffle van
The Fear, waarin de mondharmonica van de Duitse gastmuzikant Mark Hothan huilt, ondersteund door een dameskoortje en het op akoestische gitaar leunende
Waving Good Bye.
Op streaming drie bonustracks.
Other Men’s Wives bevat stampende bluesrock,
Bag o’ Blues bestaat uit lo-fi honkytonkpiano met zang als was het 1932. En dan is daar
Wonderland zonder zang, om thuis te kunnen doen alsof je Phil Mogg bent.
De groep ging na release weer de weg op, opnieuw met Rob De Luca als livebassist. Eerst Europa, dan de VS.
In hetzelfde 2012 verscheen van X-UFO
Vol 1: The Live Files. Dit is een groep met drie ex-UFO-leden en één ex-lid van de McAuley Schenker Group.
Bij een optreden van ze in februari 2012 doet oerlid Pete Way mee. Drummer Clive Edwards over hem in biografie
High Stakes & Dangerous Men: The UFO Story (2014):
”He’s got hepatitis and liver damage. It’s not great. He’s on a lot of pills. He still falls off the wagon. Pete is Pete. I can’t see him changing enough.”
Ondertussen vervolgde UFO hun pad, waarbij
Seven Deadly in het VK in maart 2012 één week
#63 stond, alweer beter dan voorganger
The Visitor die tot 99 kwam. De Luca bleek tot vaste opvolger van Way te zijn verkozen; in 2015 verscheen
A Conspiracy of Stars.