Oeh, over dit album heb ik gemengde gevoelens. Met King Crimson heb ik altijd moeite gehad: sommige complete albums en individuele nummers vind ik geweldig, op andere momenten staan de hectiek van het gitaarspel en het geweld van de algemene benadering me wel eens tegen. Dat heb ik ook hier: die knallende bas is geweldig, als de gitaar het voortouw neemt komt hij overal doorheen en het klinkt allemaal prachtig, maar soms is het ook uiterst vermoeiend (zoals dat tussenstuk vanaf 4:48 op The flow dat dan wordt gevolgd door die karakteristieke Fripp-nootjes). Dus knap maar ook wel eens te veel, en dan heb ik het er nog niet eens over gehad dat de KC-invloed hier sowieso wel èrg overheersend is – uiteraard begrijpelijk gezien de achtergrond van deze band, maar iets meer afstand nemen van hun grote voorbeeld had misschien wel gemogen.
Aan de andere kant zijn de composities steeds weloverwogen en zeker voor een debuut al tamelijk uitgebalanceerd, is het totaalbeeld behoorlijk rijk dankzij de warme en gevarieerde arrangementen, voelen de lyrische passages aan als een warm bad en zijn de mellotrons een weldaad voor de oren van deze ouwe progger, dus al met al luister ik hier toch met heel veel plezier naar. Maar persoonlijk ben ik toch blij dat de KC-invloeden een stuk minder sterk aanwezig zijn op de eerste plaat die ik van deze band heb leren (Until all the ghosts are gone uit 2015).
Waren deze mannen (en vrouw) er behoorlijk vroeg bij? Dit album stamt uit 1993, slechts één jaar na Dream Theaters Images and words dat vaak gezien wordt als de plaat die progmetal als "nieuwe beweging" definitief op de kaart zette. Aan de andere kant kwam het debuut van Änglagård zelfs al in 1992 uit en kwamen Opeth en de Flower Kings ook niet veel later met hun eerste plaat. Kennelijk waren ze daar in het hoge noorden al een tijdje met hun eigen muzikale revolutie bezig.