Inderdaad niet meer zo baanbrekend of vernieuwend zoals hierboven al wordt gezegd, en af en toe moet ik ook wel aan zulke uiteenlopende artiesten als Tiësto en Orbital denken, maar dat betekent ook dat Jarre in feite nog steeds meetelt. De opener is ijzersterk, en de daaropvolgende single heeft een mooi mellotron-tussenstuk; daarna zakt het niveau ietwat, hoewel het nooit echt slecht wordt, want Jarre heeft altijd nog wel kleine verschuivingen en verrassingen in petto, zoals de zware industrial-sound van part 11. Alleen part 13 is een beetje een afknapper, met dat goedkope ritmeboxje en die flauwe melodie, maar als geheel is dit toch een lekkere en mooi vol klinkende plaat.