Nou, ik zal niet zo ver gaan om te zeggen dat de afstand tussen de Moody Blues van Go now! en die van Nights in white satin en Question even groot is als die tussen de 70's-Moody Blues en de 80's-Moodies, maar als je kijkt naar sound, arrangementen en algemene insteek is dit nauwelijks nog dezelfde band te noemen. Goed, dan beschouw ik het maar als een ándere band, net als Fleetwood Mac en de Bee Gees in hun tweede decennium ook een bepaald andere richting opgingen, en ik ga ze hier nu ook niet meer vergelijken met hun beroemde jaren.
En / maar / want ook los daarvan vind ik dit nog niet eens zo'n slecht album. Wat de lelijke jaren-80-synths betreft, ik heb daar zelf een hekel aan, en bij de meeste platen uit die periode kan ik er absoluut niet meer tegen (hoewel ik daar indertijd vrolijk aan meedeed, qua luisteren en waarderen dan), maar op dit album storen ze me bij de meeste nummers niet, en ze zijn eigenlijk zeer geschikt voor nummers als The river of endless love (met dat Ghostbusters-loopje na de titelregel) en Here comes the weekend, dat ik voor hetzelfde geld heel afschuwelijk zou hebben kunnen vinden maar dat hier een onweerstaanbare drive heeft. (Eerlijk is eerlijk, dat gruwelijke toetsengeluid maakt van Miracle dan weer een absoluut skipnummer, met ongeveer net zo'n onverteerbare sound als dat vreselijke We close our eyes van Go West.) En verder maakt dit album ook heel effectief gebruik van een incidentele sax, een instrument dat op Octave nogal uit de toon viel maar hier bij River of endless love en Here comes the weekend uitstekend klinkt. De saxofonist wordt niet expliciet vermeld, maar bij de bedankjes wordt ook Mel Collins genoemd, en dan is het geen wonder dat de sax hier zo goed klinkt.
Hoogtepunten zijn wat mij betreft de geweldige plaatopener (met perfect passende keyboards van Patrick Moraz), het vriendelijke en sfeervolle Vintage wine en het duistere Breaking point. Naast dat belabberde Miracle moet ik ook Love is on the run als nietszeggend dieptepunt noemen, en het meest opvallende nummer is toch wel Deep, met een geile slap-bass, een hijgende elektronische snaredrum, een smachtende synthesizersolo en een expliciete tekst die je niet zo één-twee-drie bij deze brave Engelsen verwacht (wie vooraf nog mocht denken dat dit nummer over gasboringen of diepzeeduiken gaat zal daar na het lezen van de tekst hopelijk wel van teruggekomen zijn).
Zou ik dit album aandacht hebben geschonken als er een andere groepsnaam op de (overigens fraaie) voorkant had gestaan? Vermoedelijk niet. Ben ik er blij mee? Dat is een groot woord, maar met het algemene niveau en de daar bovenuit stekende hoogtepunten kan ik toch best leven.