De mellotron is vervangen door de synthesizer, de rijke totaalsound is gesimplificeerd tot een eighties-beat, de spiritualiteit in de teksten is vrijwel geheel opgeofferd aan clichématige romantiek, en zelfs voor de fluit (en trouwens ook de composities) van Ray Thomas is geen plaats meer. Toch valt dit album me nog alleszins mee, met dank aan een paar mooie nummers van Justin Hayward en een paar best geslaagde synthipop-rockers op de eerste helft plus het mysterieuze en sfeervolle titelnummer als hoogtepunt (hoewel ik me er aan stoor dat Hayward niet de moeite heeft genomen om voor het tweede couplet even een nieuwe tekst te verzinnen – dat laat hij wel vaker achterwege). Zo probeer ik de moed erin te houden, maar daarna gaat het dan wel helemaal mis, met het ondermaatse Spirit, het zouteloze Slings and arrows en het wat al te rustig voortkabbelende It may be a fire.
Het is een onoplosbaar dilemma waar talloze bands na verloop van tijd voor komen te staan: als de Moody Blues aan hun eigen stijl hadden vastgehouden zouden ze zijn afgeserveerd als "niet meer relevant" en vermoedelijk niet genoeg albums hebben verkocht om hun platenmaatschappij tevreden te stellen, maar nu ze met de nieuwe stroming zijn meegedreven blijkt hun muziek niet scherp genoeg om te kunnen concurreren met de jongere generatie muzikanten voor wie dit allemaal gesneden koek is, en bovendien, waarom zou het jonge publiek geld uitgeven voor tweedehands synthipop van oude lullen als ze ook scherpe synthipop van sexy leeftijdsgenoten kunnen kopen? Toch werd dit album nog een behoorlijk succes (USA #9), vermoedelijk dankzij Your wildest dreams, zeker niet de beste single die Justin Hayward ooit schreef maar kennelijk toch goed genoeg om met behulp van een toentertijd spectaculaire videoclip de Moody Blues nog een tijdje mee te laten tellen. Ach ja, je moet toch wat als je muziek maken nog zó leuk vindt dat je geen zin hebt om het bijltje er al bij neer te gooien, terwijl je tegelijkertijd weet dat je hoogtijdagen al vèr achter je liggen – de positie van zo'n band is niet te benijden. Ooit waren ze leiders, nu zijn ze volgers, en wie bekommert zich dáár nog om?