Als jong hardrockertje had ik rond 1980 niet veel met de muziek van Jimi Hendrix; toch kunnen zijn capaciteiten en invloed moeilijk worden overschat. Hendrix breidde niet alleen de mogelijkheden van de elektrische gitaar en bijbehorende geluiden en effecten uit, hij rekte ook blues(rock) op naar psychedelische rock - of welk genrestickertje je op zijn muziek wilt plakken.
Meer had ik echter met de riffgeörienteerde muziek van groepen die korte tijd later doorbraken: Deep Purple met Ritchie Blackmore en Black Sabbath met Tony Iommi, net als met de muziek van Rory Gallagher. Een tweede reden dat ik niet veel kon (en kan) met Hendrix' muziek was zijn stem annex zangstijl.
Gary Moore onderbrak in oktober 2007 zijn tournee voor het relatief ingetogen
Close as You Get voor de uitbundige muziek van Hendrix. De organisatoren hadden hiervoor ook de Canadezen Pat Travers of Frank Marino kunnen vragen, of de Duitser Uli Jon Roth. Dit eerbetoon vond echter plaats in Londen waar de zegetocht van Hendrix begon, vermoedelijk dé reden om de Brit uit te nodigen.
Die zal blijmoedig hebben toegehapt, mede toen duidelijk werd dat een deel van het concert met de voormalige leden van de Jimi Hendrix Experience zou worden gedaan, te weten bassist Billy Cox en drummer Mitch Mitchell.
Het eerste deel is met bassist Dave Bronze en stokkenman Darrin Mooney. Slaagden die drie erin de experimenteerdrift van de late jaren '60 op te roepen tijdens deze avond in oktober 2007? Past het spel van snarenracer Moore hier nog wel bij?
Volgens mij past hier een volmondig 'ja', mede ook door het spel van Mooney, getuige bijvoorbeeld
I Don't Live Today. Moore speelt gedurende het concert als een malle in de beste Hendrixtraditie. Qua zang bezat de Noord-Ier een andere klankkleur dan Hendrix, eentje die mij beter ligt.
Liefhebbers van Hendrix zullen met mij eens zijn dat het grootste verschil 'm in de stemmen zit. Gezien de reacties van het publiek (ik luister via streaming) heb ik het idee dat het publiek zich desondanks meer dan opperbest vermaakte. Dat blijkt al helemaal bij de goedmoedige reacties die klinken als Bronze en Mooney plaatsmaken voor Cox en Mitchell. Het plezier en de gunfactor van de zaal druipt uit mijn speakers, terwijl de muzikanten zich hoorbaar in het zweet werken.
Mitchell klinkt heerlijk met zijn jazzachtige spel, vloeiend zoals in
Red House en
Voodoo Child, wat hem onderscheidt van de inmiddels ervaren jonge hond Mooney.
Moore voelde zich hier als een vis in het water en dit concert leidde wellicht tot de hardere koers die op zijn volgende soloplaat
Bad for You Baby terugkeerde.
Voor iemand die niet per se van Hendrix houdt is dit toch een prettig album, dat niet alleen laat horen hoe goed deze was, maar bovendien weer eens bewijst hoe veelzijdig Moore de zes snaren bespeelde. Een 7,5 van mij die ik omzet in 3,5 ster.