Een iets ander recept dan op het debuut, want van de drie langste nummers bestaat steeds de eerste helft uit een soulful gezongen ballade en de tweede helft uit een (heerlijk) instrumentaal slot. De stem van Guus Willemse is wat rauw, maar ook zo expressief dat hij niet misstaat bij de muziek (die immers zelf subtiel maar zeker niet krachteloos is), en dat levert een aardige extra dimensie op. Ik zou er zelf geen moeite mee hebben als de muziek geheel instrumentaal was gebleven, maar de afwisseling pakt verder niet verkeerd uit, en wanneer de band dan eenmaal voluit gaat is het ook meteen weer raak. Spannende melodieën, geweldige sax, perfect ruimtelijk drumwerk, een uitstekende opvolger.