De spanningen binnen The Cure lopen na de Pornography release zo hoog op, dat Robert Smith en Simon Gallup elkaar in een kroeg te lijf gaan. De bassist verlaat de band en spreekt boegbeeld Robert Smith anderhalf jaar niet. Het voortbestaan van The Cure hangt ondanks het prima met een hoop gastmuzikanten opgenomen Japanese Whispers, aan een zijden draadje en het is duidelijk dat Robert Smith er ook geen zin meer in heeft. Hij krijgt de kans om de vrijgekomen plek van gitarist John McGeoch binnen Siouxsie And The Banshees te vervullen. Dit gezelschap rond ijskoningin Siouxsie Sioux is op dat moment succesvoller dan The Cure, dus er is meer dan genoeg begrip voor deze keuze.
Met Siouxsie And The Banshees bassist Steven Severin zet hij vervolgens zijn zinnen op het zwaar psychedelische druggy The Glove project. De uiteindelijke The Cure doorstart levert het fragmentarische The Top op. Het niveau van het eerdere werk wordt bij lange na niet gehaald, al heb ik een zwak voor de speelse The Caterpillar single. Voormalig teamspeler Porl Thompson heeft als saxofonist een bescheiden bijrol op The Top en blijft daarna bij The Cure hangen. Drummer Boris Williams is als tourlid reeds actief en besluit om ook bij The Cure te blijven. Als er dan na een goed gesprek met Simon Gallup het conflict uitgepraat wordt, en ook hij weer aansluit, ontstaat er een stevig fundament, misschien zelfs wel de sterkste bezetting tot dan toe. Hierdoor valt het amper op dat toetsenist Lol Tolhurst steeds verder in zijn nare gewoontjes wegzakt en een minder handelbaar karakter ontwikkelt.
The Head On The Door is hierdoor een soort van doorstartplaat, maar wel een zeer geslaagde doorstartplaat. De tracks zijn compacter en vrijwel allemaal geschikte single kandidaten. Met een speellengte van iets meer dan vijfendertig minuten komen de tien nummers volledig tot hun recht. The Cure wijkt van het thema concept af en koppelt hitgevoelige vrolijkheid aan zwaardere passages. The Head On The Door is hierdoor een soort van Best Of plaat met alleen maar nieuwe liedjes. Niet vreemd dus dat ze vervolgens de Standing On A Beach verzamelaar uitbrengen.
Puristen laten The Head On The Door links liggen, en zijn waarschijnlijk al eerder bij The Top afgehaakt. Voor mij is The Head On The Door het instapmoment, en dan ben ik er als twaalfjarige zelfs vroeg bij. The Cure is muziek voor volwassenen, en net als Depeche Mode, U2 en Simple Minds bewandelen ze op dat moment een toegankelijke koers. De hoogtijdagen van de New Wave zijn dan wel voorbij, voor mij is het een geweldige tijd. Voorzichtig kleed ik mij steeds alternatiever en komt mijn muzieksmaak volledig tot bloei. Geen verwijt dat ik er eerder bij had moeten zijn, dit is mijn moment, zoals ieder zijn oorsprong heeft.
Ik herken mij in de In Between Days hectiek. In Between Days sluit prima bij de belevingswereld van deze puberende jongen aan. Opeens wordt er van alles van je verwacht en verlangt. De overstap van lagere school naar middelbare school is pijnlijk en groot. Net als bij Robert Smith speelt het besef van ouder worden hier een belangrijk aandeel in. Bij hem is het vooral angst, bij mij is het juist paniek. Terugkeren is onmogelijk, vooruitdenken is een lange te bewandelen weg. The Cure is raar en apart, vreemd zelfs, ik verzet mij mondjesmaat ook steeds meer tegen het gangbare regiem, al gaat mijzelf opmaken dan net een stap te ver. Onbewust is In Between Days dus zeker een sleutelnummer in mijn leven.
De grappige poppenkastclip van Close To Me heeft iets aandoenlijks triest. De band staat op de rand van de afgrond en heeft dit amper door. Het schetst in ieder geval perfect de situatie waar The Cure dan in verkeerd. Lukt het ze om zich staande te houden, of verdwijnen ze met een klein duwtje volledig uit beeld. Voor Robert Smith gaat het Close To Me liefdesliedje over zijn toekomstige vrouw Mary Poole, en staat het tevens voor het ziekelijke gemis tijdens de tournees, en de reden dat hij dan zijn heil in genotsmiddelen zoekt. Close To Me is ritmisch en warm, maar ook weer bot en kil. Lol Tolhurst heeft een helder moment en gooit er een prachtig raamwerk aan eenvoudige doeltreffende toetsenpartijen overheen. Prachtig in zijn sobere ongekunsteldheid, aanstekelijk in de dansbaarheid van de song.
Het traumatisch Oosters getinte Kyoto Song is een voortzetting van de A Forest nachtmerries die Robert Smith in de nachtelijke uren wakker houdt. Ook hier weer die verlatingsangst als alle zekerheden wegvallen. Robert Smith is labiel en onzeker, en juist door dit publiekelijk te delen maakt de vocalist zich sterker. Het glas zal nooit halfvol zijn, en als dit wel het geval is, dan is dat troebele water bevroren.
Bij het mysterieuze ophitsende exotische The Blood flamencodans zoekt The Cure ook de grens van de wereldmuziek op. Ik denk dat multi-instrumentalist Porl Thompson hier Robert Smith aanspoort om de song op een Spaans akoestische gitaar uit te schrijven. Er zitten de nodige Bijbelse verwijzingen in, waardoor het gejaagde The Blood net zo gemakkelijk tot het bloed van Christus als de duivelse verleiding van alcohol te herleiden is.
De inspiratie voor Six Different Ways ontstaat als Robert Smith tijdens zijn arbeidsverleden bij Siouxsie And The Banshees aan de melodielijnen van Swimming Horses sleutelt. Dit puntige pianodeuntje blijft hangen, om uiteindelijk bij het dwars jazzy Six Different Ways zijn eindbestemming te vinden. Porl Thompson is hierbij de arrangeur die bij drummer Boris Williams aanklopt, om hier samen mee aan de slag gaan. Six Different Ways is het meest complexe tegendraadse nummer van de The Head On The Door plaat en toont verrassend veel gelijkenissen met het latere Life's What You Make It van Talk Talk.
De The Baby Screams discosound is een overduidelijke voortzetting van het The Walk geluid, al koppelt The Cure hier net wat meer vroegere duistere A Forest doeminvloeden aan toe. Als je de mogelijkheid hebt om in je eigen winkel te shoppen, moet je dat tot aan het bot uitbenen. Een gebrek aan creativiteit? Nee, het slimme benutten van creativiteit.
Op het agressieve Screw bewijst bassist Simon Gallup nogmaals dat hij een onmisbare waarde binnen The Cure is. Koppel zijn meerwaarde aan de slechte bijwerkingen van het niet geheel gelukte The Glove project en daar rolt vervolgens Screw uit. Hier op The Head On The Door is de track het minder ontwikkelde brutale jongere broertje die zich bij grotere volwassen medecompagnons wil bewijzen. Niet geheel geslaagd dus. Op elke plaat staat een minste nummer, bij The Head On The Door is dat overduidelijk Screw.
Het prachtige treurige Sinking maakt veel goed. Dit fraaie met lang uitademende bijna symfonische herfstklanken uitgewerkte eindstuk wordt prachtig door schitterende keyboardakkoorden bij elkaar gehouden. Het vormt een mooi evenwichtig balans bij de woorden van Robert Smith die juist over het jezelf in een draaikolk verliezen handelen. Kopje onder gaan en niet meer boven komen. Die emotionele verbale uithaal rond de vier minuten zegt eigenlijk voldoende, daarna neemt de stilte het over.
De beste twee nummer komen nu pas aan bod, en bewaar ik bewust tot het einde. Het verlichtende Push is de wederopstanding van een in verval geraakte band. Het belangrijke duwtje de goede richting op om de juiste koers te vervolgen. Optimisme met een zware donkere ondertoon. Push geeft mij de energie om de dag goed te beginnen en beschouw ik als de keerzijde van Dancing With Tears In My Eyes van Ultravox. Hoop in bange dagen. Als Robert Smith in staat is om de barre wereld te bevechten, kan de luisteraar niet achterblijven. Push opent deuren die normaal gesloten blijven.
A Night Like This is het andere hoogtepunt van The Head On The Door. Ondanks dat deze na In Between Days en Close To Me op single verschijnt, wordt A Night Like This amper opgepakt en op de radio gedraaid. A Night Like This is een van de oudste nummers van The Cure, de beginselen worden onder aan andere naam al in 1976 gespeeld. Het duurt dus bijna tien jaar voordat alles op zijn plek valt. Porl Thompson waagt zich niet aan de saxofoonsolo en laat dit aan Ron Howe van Fools Dance over. In deze band is Simon Gallup actief in de periode dat hij door de nodige meningsverschillen The Cure verlaat. Ron Howe blaast dus letterlijk A Night Like This nieuw leven in. A Night Like This plaatst The Cure in een bloedrood decor, en is het heimelijke verlangen om het verleden te veranderen, of op zijn minst terug te draaien. The Head On The Door is het begin van de wederopstanding van The Cure en plaatst de band weer midden in zijn kracht.