Qua imagovorming had Ozzy Osbourne (of beter: zijn management) alles op orde, zo toont de hoes. Het waren de hoogtijdagen van hairmetal, al is zijn muziek serieuzer van aard. Lekker griezelen met die voorkant of het intro van Bloodbath in Paradise, met in de introriff een kleine verwijzing naar zijn vorige broodheer Black Sabbath. Commercieel was hij Tony Iommi en zijn huurlingen inmiddels ver voorbijgestreefd. Dat uitgerekend Sabbaths eigen Geezer Butler de bassist van zijn band was tijdens de tour voor No Rest for the Wicked, droeg alleen maar bij aan de status van de madman.
Bob Daisley werd weer binnengevlogen om voor Osbourne te schrijven en te bassen, hij was echter wederom niet goed genoeg om in de groep te spelen. Graag zou ik zijn biografie 'For Facts Sake' lezen, maar de prijs is veel hoger dan hetgeen ik ervoor over heb. Op Amazon vond ik de recensie van ene KCMJ die schrijft het boek met pijn te hebben gelezen: "One thing which kept bugging me while I read on though, was how many times Bob continued to go back to work with the Osbournes, continually referring to them as "his friends", when it was clear that they were anything but."
Wel op de foto mochten de inmiddels onherkenbaar jonge gitarist, tevens nieuwe aanwinst Zakk Wylde, plus drummer Randy Castillo. Gevieren zetten ze een harder album neer dan Osbourne op de vorige platen deed, met die typische jaren '80-drumsound; productie door Keith Olsen.
Wylde bleek na Rhoads, Tormé, Gillis en Lee de vijfde getalenteerde snarenracer op rij, in dit geval eentje met intensere licks dan zijn voorganger; wellicht omdat Osbourne het steviger wilde hebben, maar wát een krachtpatser weer!
Wat ik echter nauwelijks heb is dat de nummers blijven hangen. Miracle Man lijdt onder het refrein met dat zangeffect; niet mijn ding. Daarna klinkt soms een aardige riff en de solo's zijn natuurlijk dik in orde, maar de eerste compositie die zowel een pakkende gitaar- als melodielijn heeft is voor mij Tatooed Dancer en dan zitten we al bij track 7. Demon Alcohol is met zijn toepasselijke tekst wederom raak, waarmee de oorspronkelijke plaat is afgelopen.
Toetsenist John Sinclair, vervanger van Don Airey, is er vast bijgehaald door Daisley: de twee speelden samen bij Uriah Heep op Abominog (1982). Zijn bijdragen zorgen voor de noodzakelijke sfeer, waardoor het nét wat ronder wordt. Mijn cd heeft nog bonustrack Hero, waar zijn toetsenlaagje zich al helemaal uitbetaalt, al blijft het een middelmatig nummer.
Sinclair ging mee op tournee en zal het nodige rond Osbourne en zijn excessen hebben meegemaakt, zeker in Amerika. No Rest for the Wicked is een spreekwoord met bijbelse oorsprong. Van hetgeen ik begrijp uit de lezersrecensies over Daisley's boek zeer toepasselijk op de rusteloze frontman.
Tenslotte enige speculatie van mijn kant: naar mijn gevoel staat Osbourne op z'n laatste album Patient Number 9 een stuk dichter bij zichzelf dan op deze geoliede plaat, die mij evenwel nauwelijks iets doet. Misschien is dat wel het probleem: John Osbourne was diep weggeduwd om showman Ozzy zijn ding te laten doen. In mijn beleving is dat te horen.