Een logisch vervolg op Nobody can wait forever met nu ook wat accentjes uit de funk, en dat is helaas niet mijn favoriete genre. Het lange instrumentale tussenstuk van Fool in the mirror waarin zo weinig gebeurt (behalve het opwekken van ergernis met die vervelende vervormd-sissende hi-hat) en het melige intro van One more night doen mij echt helemaal niets, en dat zijn toch zo flink wat minuten die van de speelduur kunnen worden afgetrokken. Bovendien wordt de Amerikaanse kaart wel erg vaak getrokken, met titels die ofwel Amerikaans aandoen (Central Station hustle, L.A. rendez-vous) ofwel gewoon stoer moeten overkomen (High rockin', One more night with the Deadcenter Boys), grotestadsteksten ("All those car, city lights, kept flashing their shadows on me", "Hang loose baby, wanna give it a spin, you know it's worth every minute", "You say you don't know my name, how come you got my number?", "I see you flashing through the city and you was speedin' like a silver flame") en stevige slidegitaren op One more night en Take any road.
Feit is echter ook dat de nummers regelmatig een onverwachte musical left turn nemen: dat prachtige intro van Fool in the mirror, het wegstervende gitaar-outro van High rockin', het akoestische tussenstuk met fluit van One more night, het ijle tussenstuk van het prachtige slotnummer – zo houden ze de muziek toch weer spannend en apart. Gemengde gevoelens dus; de funk en die Amerikaanse toets hoeven voor mij niet, maar met de composities is niets mis en het muzikale vakmanschap is wederom boven elke twijfel verheven. Een slechte plaat kan ik het dus zeker niet noemen, maar het oorspronkelijke karakter van Marks en The mountain queen is enigszins verloren gegaan, en de Amerikaanse variant die ervoor in de plaats is gekomen doet mij niet zoveel.