Gerald Thomas Moore begon in de jaren '60 met een bluesband, schakelde in 1969 over folk om zich in het voorjaar van 1973 op reggae te storten. Dat dus voordat Eric Clapton in de zomer van 1974 een grote hit scoorde met
I Shot the Sheriff. Hij kon evenmin weten dat hij invloedrijk zou blijken op wat in 1976 en '77 new wave zou worden genoemd.
Na
Brinsley Schwarz kom ik dus bij deze reggaepionier als één van de vaders van wave, waarna vooral The Police in het genre bij een groter publiek zou populariseren.
De Jamaicaanse stijl werd in het jasje van G.T. Moore and the Reggae Guitars echter meer nabij gehouden. Debuterend in het circuit van pubrockpodia bereikten ze spoedig een breder publiek, waarna in 1974 dit titelloze debuut volgde. In de band ook Tom Robinson op percussie en achtergrondzang, dezelfde die in 1978 met
zijn eigen band succesvol zou zijn.
De zang(stijl) is hartstikke wit-Engels, de muziek zwart-reggae: kruisbestuiving pur sang. Hierbij sluipen dankzij blazers regelmatig soulinvloeden binnen, zoals in opener
Painted Ladies en
I'm Still Waiting, oorspronkelijk van Deke Richards uit de stal van Motown.
Book of Rules is een nummer van de Jamaicaanse producer Harry J, waarmee Moore zijn invloeden openbaart, net als in afsluiter
Knocking on Heaven's Door, inderdaad die van Bob Dylan.
Meer van zijn folksmaak klinkt door in
Bye and Bye, met in het intro een mandoline, soepeltjes overgenomen door elektrische reggae. In het eveneens zelfgeschreven
Move it on up gaat het tempo omhoog naar die van (langzame) ska, waarmee het album ook inspiratie kan hebben geboden voor de skarevival van 1979. In
Thou Shalt Not Kill klinkt bij de langzame reggae nadrukkelijk een boodschap, om het met de vrolijke melodie van
Bad Johnny vlotter te maken.
Warm geproduceerd door Tony Platt is dit vijftig jaar later opmerkelijk fris gebleven, voor mij op z'n aantrekkelijkst als reggae en soul elkaar ontmoeten. Blue-eyed soulreggae, zoiets.
Een jaar later volgt album
Reggae Blue, in 1977 valt de groep uit elkaar, juist als het qua witte reggae extra gaat broeien. Moore richt zich vooral op sessiewerk en werkt in zowel Amsterdam als Kingston, Jamaica. Ik echter ga naar het Londen van 1975 voor het debuut van pubrockers
Dr. Feelgood.