Zoals mijn leeftijdsgenoten kende ik Ellen Foley van
Paradise by the Dashboard Light met Meat Loaf. Vanaf november 1978 was ons tieners uitgebreid voorgehouden dat de dame die we in de videoclip zagen met die dikke, zwetende meneer, níet de dame was die daadwerkelijk zong. In juni 1979 volgde het solodebuut van het échte zangtalent.
Vooral in de Lage Landen was dit succesvol. Wellicht had dat ook met de inzet van platenmaatschappij Epic hier te maken.
We Belong to the Night werd in november 1979 in zowel Nederland als Vlaanderen #1,
What’s a Matter Baby in februari 1980 in Nederland #5, in Vlaanderen #6. In Vlaanderen haalde derde single
Sad Song in april ’80 nog eens #28.
Ze kwamen dus van
Nightout, in Nederland #2, een album dat overigens ook in Duitsland (#31) en Zweden (#28) aardig verkocht. Helaas heb ik de archieven van deze buitenlandse lijsten nog steeds niet online gevonden, maar de albumverkopen doen vermoeden dat Foley ook daar singlesuccessen heeft gevierd.
1979 was opnieuw een jaar dat disco de hitlijsten beheerste, terwijl allerlei newwavebandjes begonnen door te dringen tot diezelfde statistieken. De conventionele rock waarbinnen Foley acteerde, was dus niet bepaald in de mode. Sterker nog, zelfs diverse rockartiesten deden inmiddels aan glitterjasjes en discoballen. Maar geen paniek. Rock als genre was nog maar zo’n twaalf jaar oud en bovendien bleek het een lenig beestje. Een groot talent als Foley paste daar prima in.
Pas afgelopen voorjaar kocht ik de elpee. Nostalgie zoals sommige MuMensen hierboven noemen heb ik dan ook niet. Sterker nog, diverse malen heb ik na enige twijfel de plaat teruggezet in de bakken van zaken met tweedehands platen, juist omdat ik het indertijd slechts ‘wel leuk’ vond.
Uiteindelijk zwichtte ik dus toch en daar heb ik zeker geen spijt van!
Sterke nummers genoeg. Behalve de singles springen vooral
Stupid Girl (de enige song met scheurende gitaren op deze gitaarplaat!),
Thunder and Rain en als übertopper
Young Lust eruit, de laatste met een gitaarlijn die geleend lijkt van
Heart full of Soul van The Yardbirds. Enige zwakker lied is de titelsong: die laat de A-kant wat doodbloeden met z’n baslijntje á la
Stand by Me van Ben E. King; een climax van of variatie op het lied had dit kunnen voorkomen.
De productie is in de traditie van de wall of sound van Phil Spector en loopt bovendien vooruit op hetgeen in de jaren ’80 trendy zou worden, al galmen de drums gelukkig niet. De (heren)koren doen dat regelmatig wel en de melodieuze gitaarlijnen passen prima bij dit rockalbum, waarin een enkele keer ook invloeden uit new wave en glamrock doorsijpelen. Bij dit alles de krachtige stem van Foley, die bovendien goed klein kan zingen, getuige de twee ballads (naast de titelsong het afsluitende
Don’t Let Go).
Op streaming hebben het uptempo
Hideaway en
Young Lust van plek geruild. Veel maakt het niet uit. Beide plaatkanten zijn sterk en bovendien werkt
Nightout als afspeellijst.
Op YouTube staan twee interviewtjes uit de Top 2000 á Gogo,
hier over
Nightout en
daar over haar connectie met The Clash.
Bartjeking, dat laatste interview kun je rustig kijken, het verhaal is nóg mooier dan jij je herinnert. Dank voor de tip!
Eindoordeel: vier dikke sterren.