Stevige zang, slimme gitaarpartijen, een flinke drive en meestal sterke composities – eigenlijk heeft dit album alles om een goede subtopper te zijn, maar wat het voor mij boven de massa uittilt en de reden waarom ik het eigenlijk al sinds ik ken zo regelmatig draai is toch dat "orgeltje" van Clint Boon. Ik zet dat instrument hier tussen aanhalingstekens omdat ik niet precies weet hoe ik het anders moet omschrijven: soms hoor ik Ray Manzarek, dan weer hoor ik geluidjes die me aan New Musik doen denken, daarna denk ik een instrument te horen dat ik (al dan niet terecht) met een Farfisa-orgel associeer, dan weer zo'n oud orgeltje dat opzettelijk een beetje "zweeft" – er lijkt geen einde te komen aan al die prachtige sfeervolle geluiden, met als hoogtepunt (zowel qua nummer als qua keyboard-sound) Sleep well tonight met een synth die een geluid als een soort woordloze zang voortbrengt en dat me vooral doet denken aan de live-versie van Under a canoe van de Nits op Urk. Door al die verschillende toetsengeluiden is dit werkelijk waar een verslavende plaat als weinig andere. Sleep well inside, het titelnummer, dat zeurende orgeltje na de refreinregel van Niagara, ik kan er bijna onbeperkt naar luisteren, en dat al sinds 1991. Daar veranderen een paar zwakke broeders (met name Grip, het slotnummer en de overdaad van Further away) niets aan.