Als Jet Records net zoveel energie had gestoken als Sharon Arden namens dat label deed voor Ozzy Osbourne, dan was Gary Moore al in 1980 een hele grote naam geweest. Maar zij had inmiddels andere prioriteiten dan Gary Moore, al weet ik niet wie van Jet dan wél over Gary Moore waakte. Of beter: hem veronachtzaamde.
Net als
Live at the Marquee verscheen dit album lang na de opnamen, nadat doorbraakplaat
Corridors of Power in 1982 was voorgegaan. Waar Jet 'm niet van jetje gaf, was Virgin wel doortastend, waardoor Moore dan eindelijk het succes kreeg waar hij al sinds zijn debuut
in 1970 bij Skid Row op jaagde.
Volgens biograaf Harry Shapiro zat Moore in januari-februari 1981 in de Londense Morgan Studios, waarbij hij bassist Andy Pyle inruilde voor de bekendere Jimmy Bain, voorheen bij het Rainbow van Ritchie Blackmore; zanger Kenny Driscoll moest het stokje doorgeven aan Charlie Huhn, die rauwer zingt.
Bij concerten liet Moore horen wat we misten. Vooral
Nuclear Attack maakte indruk op deze puistenpuber met de onheilspellende klavieren van Don Airey in het intro en het megasnelle gitaarwerk. Er kwamen berichten over de platen die zijn platenmaatschappij niet uit wilde brengen. Verbazingwekkend vonden wij dat.
Toen
Dirty Fingers alsnog in 1983 verscheen als dure import, waren de kosten veel te hoog voor een tiener met krappe beurs. Uiteindelijk kwam de elpee in 1984 in een Europese, betaalbare editie uit. Toch aarzelde ik sterk over de aanschaf: de sobere hoes gaf geen enkele informatie over bezetting en gaf me de indruk dat dit kwaliteit ontbrak. Waar Jet bij Osbourne kosten noch moeite spaarde, was dat bij Moore wel anders. Ik heb 'm uiteindelijk niet aangeschaft, sterker nog, ten slotte pas via streaming gehoord.
Had ik 'm in 1984 alsnog gekocht, dan was ik hier heel blij van geworden: waarschijnlijk had ik dit toen met een 9 gewaardeerd. Alleen de cover van
Don't Let Me Be Misunderstood zou me minder zijn bevallen. Verder vooral schitterend gitaarwerk en sterke hardrock van het soort waar ik in die jaren vooral voor ging. Geproduceerd door Chris Tsangarides, die in die jaren furore maakte als één van de weinigen die wél in staat was om heavy rock om te zetten in een stevige productie. Iets wat in die dagen bepaald niet meeviel!
Tegenwoordig hoor ik vooral de periode van begin jaren '80 terug in zowel composities als productie. Een knallend tijdsdocument met een gitarist die ondanks talloze tegenslagen onvermurwbaar werkte voor erkenning van zijn enorme talent. In 1981 was het in rijpe grond gevallen en zeker niet alleen bij mij! Nu word ik er lekker nostalgisch van...