Van augustus tot december 1982 zat UFO in de studio voor de opnamen van
Making Contact, aldus de bandbiografie High Stakes & Dangerous Men: The UFO Story (Neil Daniels, 2013). Bassist, podium- en feestbeest Pete Way had de band verlaten zonder dit zelfs maar kenbaar te maken: hij kwam eenvoudigweg niet meer opdagen, ontevreden met de muzikale koers. Er was meer misgegaan. Tijdens de voorgaande tournee voor
Mechanix was zanger Phil Mogg bij een Britse show gedurende vijf minuten zijn tekst kwijt, door teveel alcoholconsumptie. Zakelijk liep het moeizaam, omdat Chrysalis en publicist EMI niet meer volop meewerkten. Dat had vast iets met de genotsreputatie van de groep te maken.
De start van de opnamen was eveneens slepend: de eerste maand was de luie oudgediende Gary Lyons de producer. Omdat hij dacht de plaat
“vanuit zijn bed” te kunnen produceren, volgde ontslag. Mick Glossop werd zijn vervanger. Hij bouwde verder op de basistracks, dit gedurende 12 uur per dag: er werd dat najaar hard gewerkt.
Drummer Andy Parker heeft hij niet gezien: die was alweer teruggekeerd naar zijn huis in Californië. De baspartijen waren ingespeeld door gitarist Paul Chapman (zes nummers) en toetsenist/gitarist Neil Carter (de overige vier), al wisten de twee later niet meer wie er wat had ingespeeld.
Vooraf was veel muziek door Carter geschreven, die zich niet meer “de nieuwe” voelde. In Amerika had hij tijdens de tournees kennisgemaakt met aor-radio, een format dat in Europa nog niet bestond. Dit had hij in het hoofd bij het schrijven, met name de band Journey; tevens conform de wensen van de platenbaas. Gelukkig voor Glossop had Mogg tegen diens gewoonte in de teksten zo goed als af.
In die dagen viel mij vooral de hoes op, weer een absurdistisch ontwerp van Hipgnosis met daarop een onbereikbaar mooie dame. Toen ik in 2017 de discografie van de groep doorspitte, viel hier op dat een brug wordt geslagen tussen hun gelouterde hardrock en eigentijdse aor. Dat laatste zit ‘m in de licht prominentere rol van keyboards.
When it's Time to Rock en
All over You sprongen er toen uit.
Inmiddels beleef ik dit album zo ongeveer als
MetalMike bechrijft, al deed ik er recentelijk enkele weken over voordat één en ander goed doordrong. Ik kom uit op zes sterke nummers. In de categorie uptempo rockend zijn dat naast de twee die ik al noemde
Diesel in the Dust en
The Way the Wild Wind Blows. In de categorie ballade zijn
You and Me en
Call My Name pakkend.
In alle gevallen zijn het sterke melodieën en de stem van Mogg die mij weer doen smelten. Chapmans fraaie solo’s klinken vooral in
Diesel,
You and Me,
The Way en
All over You, waarin hij dezelfde vloeiende en melodische koers vaart als voorganger Michael Schenker en daarbij zowel langzaam als snel excelleert. Ook vermeldenswaardig is de twingitaarsolo in
When it’s Time, in het uittro gevolgd door snarenracerij.
Waarom verkocht deze plaat niet goed? Wellicht was de muziek enerzijds te hard voor aor-fans en anderzijds te aor voor de hardrockers.
UFO was natuurlijk met name een liveband, maar grootste probleem was inmiddels Mogg. Billy Sheehan was interim-bassist tijdens de Europese tournee en schrok van diens alcohol- en drugsconsumptie. Tijdens een optreden in Griekenland stortte Mogg zelfs in, waarna iemand vanuit het woedende publiek Sheehan raakte met een voorwerp. Einde show, Sheehan naar het ziekenhuis en later zijn huis in de Verenigde Staten. UFO's livereputatie geschonden.
Bassist Paul Gray van voorheen pubrockgroep Eddie and the Hot Rods (jaren '70) en gothic-punkband The Damned (jaren '80) werd gebeld door de UFO-manager. Geen auditie, wel een goed gesprek waarna Mogg werd gebeld:
“Your new bass player is lying on the floor completely out of it on drink and drugs. He’ll fit in really well.” Gegrinnik aan de andere kant. Gray kreeg enkele platen met een kruisje bij de nummers die hij moest leren en kon de volgende dag meteen naar Spanje vertrekken, waarna een Britse tournee volgde.
Met zes sterke nummers en de overige voldoende is dit weliswaar een matig album in de UFO-catalogus, maar nog altijd beter dan ik veel tijdgenoten heb horen doen. Eigenlijk hetzelfde als bij Y&T, waar altijd wel iets is om zwaar van te genieten. Ondanks alle randzaken noteer ik een dikke 7.
De band zakte in 1983 in elkaar: Parker, Chapman en Carter lieten Mogg weten te willen stoppen, voordat het verder bergafwaarts zou gaan. Op naar het afscheidsalbum
Headstone, dat gelukkig niet het einde zou zijn.