Kijk, zo doe je dat dus wanneer je meer de kant van de rock op wil maar je toch ook je oudere symfonische fans niet van je wilt vervreemden : je opent je plaat met een prachtig stukje symfo, dan schakel je halverwege om naar een stevig rocknummer, maar dat doe je zó goed en zó swingend (en toch ook zó apart, met breaks hier en daar plus een fraaie fluitsolo) dat je beide kampen meer dan voldaan achterlaat. Michel van Dijk brengt met zijn stem en zijn frasering dezelfde swagger als Herman Brood een paar jaar later (en wanneer ik hem in combinatie met de sax en dat dameskoortje hoor moet ik regelmatig ook echt aan de Wild Romance denken), en de band houdt de mix van stevige maar toch ook subtiele rock met symfonische oprispingen en blazers het hele album door vol. Geweldige muzikanten zijn dit toch ook; met name de gitaar en de sax vallen op, maar ik moet bekennen dat ik de viool van de vorige platen wel een beetje mis. En de Thunderthighs, ach, ik heb nooit zoveel met zulke dameskoortjes, maar ik vind ze hier niet storen (hoewel ik het ook best zònder hen had kunnen stellen – maar ja, tegen een koortje dat ook op Lou Reeds Transformer zong zeg je natuurlijk niet zo gauw nee).