In zijn biografie 'Rainbow in the Dark' (postuum verschenen in 2021) vertelt Ronnie James Dio uitgebreid over zijn eerste jaren op het muziekpad. De trompetlessen die Ronald Padovano (zoals zijn naam in het boek wordt gespeld) kreeg onder toezicht van zijn strenge vader, de aanname van artiestennaam Dio, vernoemd naar een maffiabaas die niet mocht weten dat iemand onder zijn naam zong én dat hij de man (net niet) tegenkwam.
De jaren dat hij getooid met vetkuif met maatje en gitarist Nicky Pantas onder namen als Ronnie Dio and the Red Caps en Ronnie Dio and the Prophets diverse singles uitbracht, hoe neef David 'Rock' Feinstein zich als gitarist aan zijn zijde voegde, regionale tournees met Gene Pitney en de Australische The Easybeats met daarin de latere producers Vanda & Young.
De belevenissen met roadie Igor van wie niemand wist of dat zijn echte naam was, het ongeval onderweg naar huis na een concert waarbij een stomdronken tegenligger Pantas doodreed en hoe onder invloed van toetsenist Doug Thaler de geleidelijke omslag van zwoele pop naar progressievere rock plaatsvond, al bleef dit nog een coverband. De groepsnaam wordt The Electric Elves; 'elves' was door de lengte van de groepsleden namelijk een bijnaam.
Thaler vertrekt nadat deze in woede ontbrandde tegenover Feinstein, die het nummer
Stone Cold Fever van
Humble Pie als nieuwe cover aandraagt. Ze kijken elkaar verbaasd aan, zo vertelt Dio op p.75, waarna drummer Gary Driscoll de knoop met een
"Fuck him!" doorhakt. Welkom nieuwe toetsenist Mickey Lee Soule.
De jaren '70 zijn daar en albums worden belangrijker dan singles. Bovendien zijn ze onder de hoede van de jonge manager Bruce Payne gekomen. Feinstein schrijft het rockende
Sit Down Honey en het inmiddels tot Elf herdoopte viertal reageert enthousiast. Als hij bovendien
Dixie Lee Junction introduceert, weten ze welke kant het op moet. Dio begint nu ook met liedschrijven en doet dit met Soule.
"... my real voice finally came to the fore", schrijft Dio op p. 81, de muziek omschrijvend als
"a power trio with honky-tonk piano" (p. 79).
Paynes bekwaamheden als manager brengen hen in contact met Clive Davis, platenbaas bij Columbia. Die krijgt interesse in Elf, zoals hij ook bezig is met de onbekende namen Aerosmith en Bruce Springsteen. Payne krijgt daarbij de kans zich in de VS voor Deep Purple in te zetten.
Als in oktober 1971 hun zanger Ian Gillan met hepatitis in het ziekenhuis belandt en de Amerikaanse tour voor
Fireball wordt afgebroken, blijven bassist Roger Glover en drummer Ian Paice nog even in New York, waar ze Elf tweemaal zien optreden. Met de Columbiabaas erbij doet Elf daarna auditie. Een ieder is onder de indruk, een contract wordt getekend en het titelloze debuut opgenomen in Amerika met Glover en Paice als producers.
Als frontman offert Dio zich op om verkleed als elf de hoes op te luisteren. Vervolgens blijft het lange tijd onduidelijk wanneer plaat zal uitkomen, maar enkele weken nadat Elf in juli '72 Deep Purple ziet optreden tijdens de tournee voor
Machine Head, landt
Elf in de winkels.
De stijlomschrijving van de frontman is treffend. Het is luid, het is boogie, het is swingend en de stem van Dio is gegroeid van croonen naar luid en krachtig. Je zou het met The Faces kunnen vergelijken, de groep met Rod Stewart.
Getuige de credits zijn alle nummers door de vier groepsleden geschreven; het is dankzij het boek dat ik weet dat er eigenlijk twee ingangen voor nieuw materiaal waren: enerzijds Feinstein en anderzijds Dio/Soule. Tegelijkertijd is de stijl uniform op alle nummers: de groep had zijn eigen geluid gevonden. Nog geen teksten over regenbogen of draken, wel over vrouwen en de liefde.
Hoogtepunt is
Never More met zijn progressieve opbouw naar een climax. Je hoort in de breaks en de slepende riff die na het ingetogen intro volgt de invloeden van Jethro Tull. Eén van de nummers die Elf coverde was
Aqualung), hoor hier
hun versie. Zwakke nummers staan er niet op en
Dixie Lee Junction is mijn tweede favoriet.
De groep gaat touren. Eerst op three-bill-nights openend voor Fleetwood Mac, waarna Purple de hoofdact is. Ook met Alice Cooper, dan nog een groep en niet de zanger, wordt opgetreden.
Dio's eerste echtgenote Loretta heeft het zwaar met die vaak afwezige echtgenoot, vertelt hij op p. 93. Over haar vertelt hij in zijn bio hoegenaamd niets, ook niet dat ze een jongen adopteerden. Wat dat betreft is de site
Padavona.com scheutiger met informatie.
Feinstein verloor tijdens de tournees zijn interesse in de groep en vertrok, wat Dio na de dood van Pantas voor de tweede maal hard raakte. Jaren later bereikte Feinstein mijn oren bij
Wild Dogs van The Rods, waar opnieuw diens talent bleek.
In 2010, na Dio's overlijden, bleek de zanger nog eenmaal met zijn neef te hebben samengewerkt, volgens Feinstein zelfs Dio's laatste zangklus.
Metal Will Never Die is te vinden op Feinsteins
Bitten by the Beast. The
"circle stays unbroken," zoals Dio op
Holy Diver dichtte.
Wie die track beluistert en dan terugkeert naar dit debuut van Elf, hoort dat 38 jaren veel veranderingen brachten in muziek, zang en productie. Terug naar 1972: toen klonk boogierock, soms in de richting van southern rock, ook al zo'n typisch Amerikaans genre. Heerlijk debuut.