Vreemd toch. Rond 1980 hadden makers van progressieve/symfonische rock geen keus dan hun muziek te vereenvoudigen en hun nummers korter te laten duren. Was het de invloed van new wave? Van dalende verkoopcijfers? Van veranderende smaak? Van muziekformules die uitgeput raakten? Van muziekmanagers die dit opmerkten en vervolgens eenvoudiger muziek wensten te horen? Van de musici zelf die een nieuwe koers ambieerden, nadat ze hun kunstje te vaak hadden herhaald?
Audio-Visions is anders dan ik ‘m tussen mijn oren had zitten en ik hierboven lees. Nadat ik een tijdje veel adult oriented rock had gehoord, heb ik de voorbije drie weken dit album (op cd) vaak gedraaid. Dan valt op dat Kansas’ eerste album uit de jaren tachtig geen aor-plaat is en al helemaal niet van mindere kwaliteit.
De critici hebben desondanks een punt: geen lange composities en meer recht-door-zee. Wat gebeurde hier?
Het was de tweede Kansasplaat die ik begin jaren ’80 hoorde, na via
Point of Know Return te zijn ingewijd in deze unieke muziek. Maar deze puber hoorde nog liever Saxon, Black Sabbath, Iron Maiden, Tygers of Pan Tang en het steeds hardere Thin Lizzy: muziek met gitaarmuren, het liefst op hoge snelheid met dubbele basdrums.
Toch zette ik drie nummers van
Audio-Visions op cassette:
Relentless van gitarist Kerry Livgren, plus twee nummers van zanger/toetsenist Steve Walsh:
Got to Rock On en
Loner lagen dicht genoeg bij mijn voorkeur voor Britse heavy metal.
Loner is tot op de dag van vandaag met zijn stuwende dubbele basdrum het meest "metalen" lied dat de groep opnam. Twee jaar later zou ik ballade
Hold On herontdekken via
deze verzamelaar.
Wat viel me de voorbije weken op? Vooral dat het drumspel van Phil Ehart veel te complex en onrustig is voor aor. Wat dat betreft is hij wellicht zelfs een grondlegger voor het werk van progressieve (metal)drummers als Mike Portnoy. Rock en jazz worden door Ehart ingenieus verweven tot complexe patronen, veelal op hoge tempo’s met veel, héél veel noten. Enthousiast en briljant timmert hij om zich heen in de progressieve nummers
Curtain of Iron (van Livgren),
Don’t Open Your Eyes (geschreven door de band minus Steinhardt) en
No One Together (Livgren).
Dan zijn er twee nummers die weliswaar rustiger zijn, maar waarin ingewikkelder passages zitten:
Relentless en
No Room for a Stranger, de laatste met een titel en intro als uit een detectiveserie, geschreven door gitarist Rich Williams met Walsh.
Als puber kon ik in tegenstelling tot nu niets met de twee popachtige songs:
Anything for You van Walsh, dat in eerste instantie als een lied van pianoman Billy Joel klinkt en afsluiter
Back Door, eveneens van Walsh. Een sterke ballade die ik vandaag continu heb lopen neuriën.
De veronderstelling dat de muziek minder complex werd omdat Livgren christen was geworden, is onlogisch. Het zijn immers niet zijn composities die “radiovriendelijk” zijn, maar die van Walsh.
Nee, de reden dat Kansas het eenvoudiger hield, is omdat gecompliceerde (symfo)rock oubollig was geworden. Alle andere grote namen (Genesis, Yes en Jethro Tull bijvoorbeeld) verruilden die stijl voor toegankelijker pop/rock met veelal meer ruimte voor de nieuwste generatie synthesizers. Daarbij zouden nieuwe prognamen als Saga, Marillion en IQ hun muziek compacter houden dan in de jaren ’70 de trend was.
Over de hoes deelt Phil Ehart op goldminemag.com een interessante
observatie (even scrollen).
Op streaming vind ik het nooit fysiek verschenen livealbum
Beyond the Illusion (The 1980 New York Broadcast), waarop naast ouder werk ook zeven nummers van
Audio-Visions en solowerk van zowel Livgren als Walsh klinken:
Mask of the Great Deceiver, waar Walsh de oorspronkelijke zangpartij van Ronnie James Dio overneemt en
You Think You’ve Got It Made. Heerlijk concert!
Walsh verliet de groep in oktober 1981 vanwege Livgrens teksten voor het volgende album. Zijn nieuwe band Streets zou onvervalste aor spelen, waarbij “aardse” teksten klonken. Hapklare muziek, maar van niveau. De oorspronkelijke bezetting van Kansas zou nog één keer bij elkaar komen: in 2000 op
Somewhere to Elsewhere.
Audio-Visions verdient mijns inziens herwaardering, ook bij de band zelf. In hun docu
Miracles Out of Nowhere (2015) wordt het net als voorganger
Monolith zelfs niet genoemd.
De plaat is wellicht verwarrend: van rechttoe rock via meezingbare pianonummers naar complexe progrock. Het label aor komt dan weliswaar het dichtst bij, maar is misleidend: zowel variatie als complexiteit zijn hier (nog) te groot. De nummers mogen gemiddeld korter zijn, ze getuigen van veel creativiteit. En je hebt zo meer composities op één album: heerlijk!
Het enige wat ik vandaag betreur, is de kleinere rol voor de viool van Robbie Steinhardt. Die had ik vaker willen horen, al zijn de dwarsfluit (?) in
Anything for You en de digitale doedelzak in
Back Door wel leuk als variatie!