Waarschijnlijk was
Vinyl Confessions de tweede van Kansas die ik in zijn geheel hoorde, kort na zijn verschijnen in 1982. Leve de dorpsbieb! Even daarvoor had ik kennisgemaakt met hun grootste succes
Point of Know Return, wat ik als liefhebber van rechttoe distortiongitaren aanvankelijk een hele kluif vond. Dan was de nieuwe Kansas makkelijker te behappen, al was het minder luid dan ik van Britse heavy metal en Amerikaanse hardrock kende.
De plaat begint met het ingetogen intro van
Play the Game Tonight, dat echter spoedig robuust wordt. Hierna volgt soms hardrock (het zware intro van
Fair Exchange bijvoorbeeld) en vaker adult oriented rock, zoals de opener deed. Dit met altijd pakkende melodieën en een enkele keer een spetterende gitaarsolo. Daarnaast was
Chasing Shadows een mooie ballade met alweer een sterke melodie. Alle nummers nam ik op, behalve
Diamonds and Pearls, dat te pop was met teveel blazers om mijn cassettebandje aan te verspillen.
Met een compliment voor de
afbeelding op de binnenhoes die de buitencover nog eens verduidelijkte: qua teksten klonken bekentenissen als bij een politieverhoor in een film. Eigenlijk had dat de cover van het album moeten zijn, vond ik.
Op de achterzijde van de buitenhoes stond de babyface van nieuwe zanger John Elefante wat groentjes bij de snorren en baarden van de vier overigen, maar zijn kenmerkende stem met een eigen kleur, zonder rauw randje of vibrato, was best lekker; ook bij herhaaldelijk luisteren. De doorwrochte teksten gaan over de schijn van roem, de ijdelheid van bezit of het maken van de juiste keuzes op je levenspad, thema's die Livgren al sinds het debuut hadden beziggehouden en nu ook door Elefante worden beschreven.
Met het tekstvel viel meer op: voormalig zanger Steve Walsh werd bedankt “for the ten years”; drie nummers waren geschreven door Elefante met diens broer Dino en één door hoofdcomponist Kerry Livgren met Elefante, waarnaast de veteraan vijf nummers in zijn eentje neerpende.
Daarbij was frequent gebruik gemaakt van de diensten van meer niet-bandleden. Dit op diverse gebieden: meer externe liedschrijvers zag ik bij
Play the Game Tonight, geschreven door de oudgedienden Livgren, Ehart en Williams met twee onbekende namen. Externe muzikanten klinken her en der met de blazers van de Heartattack Horns; ene Warren Ham (later bij post-Kansasband AD) speelde mondharmonica op
Fair Exchange. Twee anderen deden achtergrondzang, waarbij David Pack die ik later op Livgrens soloplaat
Seeds of Change (1980) als leadzanger zou tegenkomen.
De talrijke gastbijdragen waren ongebruikelijk voor Kansas, met al het talent in de groep dat normaliter alles zelf componeerde en inspeelde – al zou ik jaren later ontdekken dat er op
Masque (1975) ook blazers hadden geklonken en dat er op het debuut zelfs een cover stond.
In de jaren '90 verdween mijn cassettedeck en zo ook deze muziek. Met de komst van internet volgde een herontdekking en inmiddels heb ik ‘m op cd en vinyl. De muziek bleek in mijn genen te zijn gekropen, tot en met details toe.
Sommige zaken blijken nog sterker te zijn dan ik toen vond: de composities, de melodieën en de beschouwende teksten, die soms verrassend actueel zijn zoals in
Fair Exchange over de rol van computers en privacy.
Diamonds and Pearls pakt me nu wel: een sterk poplied met in de piano- en en blazerspartijen invloeden van soul en jazz. Het had zomaar van Steely Dan kunnen zijn.
Toch blijft de B-kant mijn favoriete:
Face It en nog meer de uptempo nummers
Windows,
Borderline,
Play On en al helemaal
Crossfire dansen op de grens van symfonische en hardrock. Ze bevatten diverse laagjes, waarbij het laatste lied het hoogtepunt van de plaat blijft.
Twee nadelen van dit vernieuwde Kansas zijn dat de rol van violist/zanger Robbie Steinhardt minder prominent is en dat de klankkleur van Elefante het contrast ontbeert met de stem van Steinhardt. Dat was met de heldere strot van Walsh anders.
Fans van het Kansas van de jaren ’70 mopperen hier graag en luid. Plaats het echter in de tijd: in vergelijking met wat genregenoten als Yes, Genesis en Jethro Tull deden, bleef Kansas een stevige band. Voeg daarbij composities en melodieën op hoog niveau, waarbij de eenvoudiger rock bedrieglijk goed de vele fraaie details verhult. Zoals de breaks die drummer Phil Ehart in
Diamonds speelt en die je in de standaardpop/-rock niet hoort. Dan heb je me!
Het hoeft niet altijd progressief/episch te zijn met nummers van minimaal acht minuten. Eén van de beste aor-albums die ik ken.