Kansas was eind jaren '80 hun platencontract kwijtgeraakt en niemand die de groep nog wilde tekenen. Als in '91 grunge doorbreekt, behoren ze dubbel tot de categorie "ouwelullen moeten weg", zeker in hun thuisland.
Live at the Whisky (1992) slaagt er niet in deze patstelling te veranderen. Winst is echter dat het onafhankelijke label Intersound, dat dat album uitbracht, vertrouwen heeft in de groep.
Amerikaanse media zaten twee jaar later nog niet te wachten op nieuw werk van de groep, Intersound bleef vertrouwen houden in Kansas. Met oudgediende producer Jeff Glixman werd de band naar een compound in Trinidad gestuurd. In die afgesloten studio, aldus drummer Ehart, was er alle focus om het nieuwe materiaal op te nemen. Qua productie gingen groep en producer voor een rauwer geluid, geheel in de tijdgeest met minder prominente toetsen in de mix.
Opvallendste kenmerk is de terugkeer van de viool, nu ook bij nieuw materiaal. Deze klonk voor het laatst in 1982 op een studioplaat en als David Ragsdale na enkele seconden in het intro van
I Can Fly zijn kunnen laat horen, is het de fan van vroeger duidelijk dat "Kansas weer klinkt als Kansas". Bovendien klinkt halverwege het nummer een compleet orkest, waarover de beknopte cd-hoes niets meldt. [edit: simpelweg door de groep zelf gedaan met veel toetsen en het dubbelen van instrumenten].
Met de jaren '90-mix is minder opvallend dat de bezetting ook een nieuwe toetsenist bevat: Greg Robert. Geen aor-bombasme met volle toetsenpartijen meer, maar scheurende progrock met bescheiden ruimte voor Roberts klavieren.
Hierboven en elders las ik consequent veel kritiek op de stem van Steve Walsh, die versleten zou zijn, naar verluidt door consumptie van genotstroep. In de openingstrack is het inderdaad even wennen, maar wellicht is die gruizigheid in dat harde, soms pseudo-chaotische nummer wel zo bedoeld. Twee nummers verder bijvoorbeeld, in powerballad
Hope Once Again (met tegenstem van de mij onbekende gastzangeres Renée Castle) is het weer als voorheen, inclusief het rauwe randje dat ten tijde van zijn albums met de groep Streets klonk.
De nummers werden geschreven door Walsh (vier maal), Walsh met Ragsdale (drie maal) en éénmaal door Walsh, Ragsdale en Ehart. Hun schrijfstijl is anders dan die van voorheen Livgren, Elefante en Morse, maar Walsh liet zijn voorkeur voor eenvoudiger, aor-materiaal zoals hij in de jaren '80 zoveel schreef, voor wat het was. Hier is het aanzienlijk steviger en ingewikkelder. Progrock zoals het inmiddels werd genoemd.
Black Fathom 4 is met de opener het meest knallende voorbeeld hiervan. Maar ook melodieus sterk, neem bijvoorbeeld het instrumentale slot van
Peaceful and Warm.
.
Eénmaal hoor je echter de oude stijl helemáál terug:
Cold Grey Morning is dan ook door ex-bandlid Kerry Livgren geschreven. In tegenstelling tot wat sommigen denken, hebben alle oud-leden een goede relatie onderhouden met de huidige. De zakelijke touwtjes die hen nog steeds verbinden, staan dit niet in de weg, zo blijkt uit interviews door de decennia heen, die ik de voorbije maanden tegenkwam. Zoals met Phil Ehart
in 2002 en ook
deze uit 2022.
Het album haalde net als
Whisky niet de Billboard (album) 200, maar had toch positief effect. De boekings- en platenbazen gingen beseffen dat er meer groepen waren die grote aantallen fans hadden gehad in de jaren '70 en '80, maar waren uitgesloten van mainstream. In het geval van Kansas betekende dit dat er tournees gingen ontstaan met andere "vergeten" namen, zoals Foreigner.
Terugblikkend vraag ik me af waarom een nieuwe stroming als grunge zo absoluut werd omarmd, dat kwaliteitsrock van daarvoor compleet werd genegeerd. Deze groepen en genres kunnen immers prima naast elkaar bestaan. Alsof de oude fans plotseling waren gestopt met muziek luisteren en concerten bezoeken. Het laat ook iets zien van de invloed van MTV in die dagen, zeker in de Verenigde Staten.
Tegenwoordig speel ik de drukke opener als laatste af. Met
Desperate Times als opener komen zowel album als climaxlied
I Can Fly nog beter binnen: sterke voorbeelden van een onderschat album zonder enig matig/minder/zwak nummer.