Recensie voor de
Super Tip-Topper
Als een getrainde bloedhond rook Niels94 direct dat er een experimentele rock-hiaat in mijn luisterkennis te vinden was, namelijk het vroege werk van de altijd positieve en immer jolige Swans. Als muzieknerd(je) zijnde ken ik Swans natuurlijk wel en word ik ook zeker gegrepen door hun werk, vooral door To Be Kind, maar ik ken verder eigenlijk alleen het ’10s werk + Soundtrack for the Blind. Maar daar komt dus Niels, zwaaiend met een corrigerend vingertje, die mij eens verzoekt heel snel richting de jaren ’80 Swans af te dalen.
Meegaand als ik ben, richtte ik mij op Children of God. Het gevoel bekroop me echter direct dat ik de ontwikkeling van de band gemist heb en daardoor de context van dit album niet helemaal op waarde kon schatten. Er zit nogal een verschil tussen Children of God en To Be Kind. Het was tijd om de discografie eens langs te gaan en nog een aantal mijlpalen mee te pakken als Filth, Cop, White Light en The Great Annihilator. Nogal een taak, aangezien kort en bondig nu niet tot de desoriënterende vocabulaire van Swans behoort.
Mijn conclusie na deze zwanenjacht: Children of God is een essentieel album geweest voor Swans en slaat de brug tussen de vroege, smerige, zware industriële Swans sound en de meer melodieuze, breed-geörienteerde sound van de aankomende albums. Met vlagen wordt ook al de fundatie gelegd voor de rock epos van de veel latere Swans avonturen. Ook de samenwerking met Jarboe staat hier in volle bloei.
Een van de krachten van Swans, wat wel altijd als rode draad in hun muziek terug komt, is dat ze ook weer niet zó ontoegankelijk zijn, ondanks hun roemruchte reputatie. Oké oké, ze neigen nogal zwaarmoedig te zijn en Gira en co zien er ook geen probleem in om de luisteraars uit te dagen met 20+ minuten durende lappen muziek die sterk vertrouwen op de kracht van repetitie en opbouwen naar een schurend slotstuk, maar ze bieden genoeg conventionele structuren om de luisteraar de o zo nodige houvast te geven. Van dat gaande is Swans net een rare vriend die tijdens een drugstrip je naar het randje van een bad trip brengt en in je oor schreeuwt ‘The sex in your soul will damn you to hell!’, maar wel je reis dusdanig goed begeleidt dat je nog steeds wat controle voelt en ze zorgen er ook voor dat je uiteindelijk weer met beide benen op aarde terugkeert.
Een groot compliment voor Children of God: Het flowt opvallend goed. Opener ‘New Mind’ knarst en kraakt, maar gaat vervolgens over in de majestueuze oase van rust ‘In My Garden’. Dit spel van intensiteit echoot door gedurende het gehele album en dat komt dit project absoluut ten goede; De twee uitersten versterken elkaar. Het maakt een blok als Like a Drug - You're Not Real, Girl - Beautiful Child - Blackmail tot een uitzonderlijk gebalanceerde luisterervaring.