Zes jaar na hun debuutalbum en midden in het tijdperk van de psychedelica en de muzikale improvisaties hebben ook Booker T en zijn MG's hun vleugels uitgeslagen, en het gevolg is één van hun sterkste en meest afwisselende platen waarop ze enerzijds (naast drie eigen composities) diverse nummers met respectvolle covers geheel in hun waarde laten en anderzijds hun geluid steeds meer diversifiëren en soms ook stevig aanzetten.
Van niet alle covers zijn de originelen mij bekend, maar aan degenen die ik wèl kende voegen BTMG wel degelijk wat toe, zelfs aan het toch flink dampende Foxy lady. Grootste verrassing is echter de versie van Eleanor Rigby, in het origineel een weemoedige ballade over eenzaamheid, hier een donker en bijna spookachtig nummer met een onheilspellend hoofdinstrument dat ik niet helemaal thuis kan brengen – misschien is dat Booker T. op een vervormde clavinet, misschien Steve Cropper met een effectpedaal? Zo te horen toch een toetsinstrument, want Cropper speelt er gitaarloopjes en akkoorden overheen. Hoe dan ook, één van mijn favoriete Beatles-nummers krijgt hier een make-over die op een zeer verrassende wijze een bijna totaal nieuwe song oplevert (toen ik voor het eerst en met slechts een half oor naar dit album luisterde had ik de melodie zelfs niet herkend!).
Een andere sterke cover is die van Born under a bad sign, het titelnummer van Albert Kings beroemdste plaat uit 1967, maar geschreven door Booker T. Jones en William Bell, die het nummer allebei óók nog eens opnamen, Jones dus op dít album, Bell in 1969 en kortgeleden (2016) opnieuw. De bekendste versie zal echter wel die van Cream zijn (op Wheels of fire uit 1968).
Het vrolijke en zeer kleurrijke titelnummer was een redelijke hit (#17 USA, #10 Nederland), maar dé grote hit van deze plaat was Hang 'em high (USA #9), een compositie van Dominic Frontière voor de gelijknamige western uit 1968 van Ted Post met Clint Eastwood, hier met een lekkere orgelpartij, een wandelende bas en mooie spaghetti-fills van Cropper. Op deze plaat wordt het meteen gevolgd door een jazzy versie van Willow weep for me uit 1932, een mooi voorbeeld van hoe deze band moeiteloos van het ene genre naar het andere kan schakelen zonder een steek te laten vallen. Geen enkel zwak nummer, diverse zeer sterke uitschieters, 35 minuten kwaliteit: in z'n totaliteit een prima en bijzonder gevarieerde staalkaart van de muzikale vermogens van deze mannen.