Anders dan menigeen hierboven mopper ik niet over
The Purple Album. Ik doe een poging tot uitleggen, want de teneur hier en elders is tegengesteld. Eerst de context.
In de jaren voor 2015 sprak David Coverdale zijn wens uit om nog eenmaal met Ritchie Blackmore hun dagen in Deep Purple te doen herleven. De aanzet hiertoe was gegeven door Jon Lord. Coverdale had daar aanvankelijk geen trek in, maar
na Lords overlijden in 2012 bedacht hij zich:
“The tragic loss of Jon made me finally realise that life is too fucking short to hold animosity, bitterness and resentments." En zo gaat Coverdale zelf aan Blackmores voordeur kloppen.
Tegelijkertijd is ook Joe Lynn Turner vanaf 2013 twee jaar in gesprek over een reünie met Blackmore, maar dan van
"hun" Rainbow. Uit de berichten blijkt dat niemand direct contact had met de gitarist, die de gesprekken via zijn manager liet verlopen.
Een veeg teken. Beiden moesten via de media vernemen dat hun plannen niet zouden doorgaan. Dit omdat Blackmore koos voor een
nieuwe incarnatie van Rainbow. Het resultaat daarvan vond ik om diverse redenen erg tegenvallen.
Bij dit 'Whitesnake plays Deep Purple' heb ik dat niet. Coverdale had de Purpleplannen in de vriezer kunnen stoppen, maar koos voor plan B: met zijn vertrouwde bandmaatjes aan de slag. Met die voorgeschiedenis waren mijn verwachtingen in 2015 wellicht anders dan die van menig ander.
Ten tweede: met het album
1987 transformeerde Whitesnake van een bluesgebaseerde hardrockgroep in een flitsende, snarenracende groep. De wortels van de jaren '70 verdwenen uit het geluid, waarna diverse getalenteerde gitaristen hun vaak neoklassieke spel, tot shredding toe, zouden tentoonspreiden. Ik verwachtte niet dat Whitesnake plotseling zou terugkeren naar het bluesgevoel van het Purple van '74-'75 of het Whitesnake van '77 - '84.
En tenslotte de ouder wordende Coverdale. Zijn stem was hoorbaar aan het zakken en kampte inmiddels met beperkingen. Zéker live, waar hij steeds vaker het publiek de hogere partijen liet zingen. Jammer, maar ik wist ervan en verwachtte niet dat hij zijn originele partijen kon kopiëren. Coverdale op zoek naar een alternatief op lagere toonhoogte.
Oftewel: ik verwachtte een modern, shredding Whitesnake met Coverdales lagere stem en kleinere bereik. Dat is precies wat hier gebeurt. Werk van Coverdales drie Purplealbums in een modern jasje. Dat kun je verafschuwen, maar ik geniet ook van Coverdales oudere stem. In de studio slaat hij zich prima door het materiaal heen. Daarbij is zijn stem nog altijd krachtig.
Andere bezwaren die ik tegenkwam: je kunt klagen dat Glenn Hughes niet meedoet, maar daardoor ontbreken eveneens zijn gilletjes, vibrato en ad-libs plus soul- en funkuitstapjes; precies hetgeen ik níet leuk vind aan het Purple van '74-'75.
Evenmin heb ik moeite met drummer Tommy Aldridge. Hij is ervaringsdeskundige in bluesgebaseerde rock, ik haal zijn vinyldebuut uit 1972 met
Black Oak Arkansas aan. Tegelijkertijd is hij van het moderne Whitesnake, ik hoor hem alweer gepassioneerd spelen.
Je kunt ook kritisch zijn op de flitsende gitaarcapriolen van Reb Beach en Joel Hoekstra in geheel andere stijl dan voordien Blackmore en Tommy Bolin. Van mij mogen ze.
Vooraf was ik nieuwsgierig naar de klavieren, aangezien Whitesnake geen toetsenist kent; die worden echter ingevuld door gastmuzikant Derek Hilland. Enkele toetsenpartijen zijn overgenomen op gitaar, waarbij niet klakkeloos het originele arrangement wordt gevolgd. Het mag.
Enige kritiekpuntje is dat slechts één nummer is meegenomen uit de periode met Bolin:
Love Child.
Wat betreft de 2023
Special Gold Edition vind ik de remixen weinig (niets?) toevoegen en in de livetracks hoor je Coverdale worstelen. Vanaf track 6 op cd 2 echter volgen leuke extra's, te beginnen met
Holy Man (is dat mandoline in het intro?) en vanaf track 12 zelfs demo's met een jonge Coverdale. Alweer: ik mopper niet!