Groot is het genot om de warme en mysterieuze klanken van Richard Barbieri's keyboards en het precieze drummen van Steve Jansen weer te horen, en als je daar dan de fretloze bas van Mick Karn nog bij krijgt lijkt het gewoon bijna Japan revisited. Goed ook om me weer eens te realiseren hoe geweldig die band was en dat David Sylvian daarin absoluut niet het enige gezichtsbepalende individu was. Hoge verwachtingen dus, en het openingsnummer van deze plaat is briljant qua spanningsopbouw, melodie en climax (met prima werk van Steven Wilson natuurlijk), maar daarna verzandt dit album voor mij enigszins in vrijblijvendheid en schetsmatigheid. Teveel nummers blijven in de lucht hangen, kabbelen maar een beetje voort en blijken daarna al weer de volgende compositie of improvisatie te zijn geworden, zodat er voor mij uiteindelijk te weinig vlees aan dit album zit en ik op mijn honger blijf zitten (prachtige uitdrukking die ik op deze site voor het eerst ben tegengekomen en die ik nu ook eens bezig). (De bonus track Crossing the border is overigens een outtake van het studio-album Stories across borders.)