Nu het tegen het einde van het jaar het wat rustiger wordt rondom nieuwe releases heb ik de kans om albums die ik hoog heb gewaardeerd, maar nog niet van een recensie voorzien, te recenseren.
Begonnen als King Crimson cover band in 1990 groeide de Zweedse band Anekdoten uit tot één van de meest constante groepen binnen de progrock. Van 1993 t/m 2007 verschenen er vijf studioalbums, waarbinnen de muzikale gronden van de progrock in alle vormen voorbij kwamen. De symfonische meesters wisten met de melodieuze klanken van de mellotron en intrigerende gitaarriffs de vroege dagen uit de jaren zeventig te vermengen met de vernieuwingen van de jaren negentig en de zero’s. Het werd echter stil rondom de band, maar het familieleven en dagelijks werk weerhield het viertal er niet van om beetje bij beetje het nieuwe album te ontwikkelen. Het zesde album Until All the Ghosts Are Gone leunt op een krachtige productie, waarbij thema’s als de menselijke zwakheid en het verstrijken van de tijd de muziek uit de begintijd van de progrock laten herleven.
Shooting Star weet direct de link te leggen naar de hoogtijdagen uit de progrock. King Crimson in opperbeste stemming, met melodieuze muzieklandschappen afkomstig van de mellotron en het orgel. De bassriff van Jan Erik Liljeström’s Rickenbacker en hevige gitaarklanken van Nicklas Barker voeren zich terug naar de kracht van Robert Fripp. Ex-Opeth keyboardspeler Per Wiberg floreert op het hammond orgel, terwijl Liljeström de weg bezingt naar een nieuw bestaan. De dagen van Red dringen op, wanneer het zware gevaarte de diepte in voert. Ruimtelijke sferen trekken voorbij in de aanwezigheid van de mellotron van Anna Sofi Dahlberg en de hevige inslagen van de drums van Peter Nordins. Na de grandioze opening brengt Get Out Alive opnieuw de breed opgezette melodielijnen in het gehoor. De krachtige lagen aan gitaarriffs weten zich samen met de klanken van de mellotron te verbinden tot aan de worstelingen in het menselijk bestaan. Liljeström weet meer dan tevoren op te gaan in zijn teksten, om zo zijn emoties naar de oppervlakte te laten komen. Het nummer bouwt zich via verschillende passages op tot een kunstzinnig klankenpalet, met een korte terugblik naar The Court of the Crimson King.
The wheels spinning faster beneath our feet
as we’re heading down this destined one way street
The shouting goes on about what’s yours or mine
The ringmaster yells that we are out of time
If It All Comes Down to You brengt fluitist Theo Travis onder de aandacht. De man die samenwerkte met onder andere Steven Wilson en Robert Fripp brengt met zijn fluitspel de afwisseling teweeg in de muzikale lagen. De schoonheid van het moment wordt vormgegeven in het klankenspel van gitaren, drums, fluit en mellotron. Het leven begint als een voortkabbelend riviertje, waarbij de stroomversnellingen en de pracht van de rustmomenten voor de pieken en dalen in het leven zorgen. Het ruim negen minuten durende Writing on the Wall vormt een perfecte verbinding tussen het begin van de progrock en de moderne tijd. De klassieke klanken van de mellotron verbinden zich met de tijden van Babylon, waarbij de mens in hebzucht verzonk. Het apocalyptische kent zijn pracht in de rustgevende opbouw en heldere zang van Liljeström. Het tweede gedeelte van het nummer leunt vooral op de schitterende gitaarsolo van Nicklas Barker en de klanken van de mellotron van Anna Sofi Dahlberg. De kraakheldere productie zorgt voor één van de meest verfijnde nummers van het album.
The water drops upon the rock
until the rock is gone
For every tick there is a tock,
for every right a wrong
Titeltrack Until All the Ghosts Are Gone brengt Marty Wilson-Piper’s (The Church, All About Eve) 12-string gitaar onder de aandacht. Samen met fluitist Theo Travis weet hij op indringende wijze de hoofdrolspeler te laten vergaan in zijn claustrofobische angsten. De instorting van de muren van het bestaan vormen de benauwde klanken waar de persoon uit probeert te klimmen. De herhalende passages brengen ons naar afsluiter Our Days Are Numbered. Het instrumentale nummer ontwikkeld zich bedachtzaam, om vervolgens in alle hevigheid los te gaan. De gitaar- en basriff behouden hun kracht wanneer de laatste momenten van het aardse bestaan lijken te naderen. Crimson herleeft en sluit zich aan bij de indringende drumklanken van Nordins. Het ultieme sluitstuk zoekt de rust in de saxofoonsolo van Gustav Nygren en de ontwrichtingen in de samensmelting aan geluiden.
Until All the Ghosts Are Gone is van begin tot eind een kwalitatief muziekstuk van de bovenste plank. Het album staat volledig in het teken van de melodieuze, hevige, uitgestrekte en meest fascinerende klankpatronen. De tekstuele verdieping van Jan Erik Liljeström en de muziek van Nicklas Barker zorgen ervoor dat de band de huidige problemen in de samenleving weet te vermengen met zowel de moderne als vroegere melodieën uit de progrock. Met hun verbluffende opbouwende nummers en krachtige eindproductie weet de band acht jaar na dato terug te keren met één van hun meest verfijnde albums.
4,5*
Afkomstig van
Platendraaier.
Hoogtepunten: Shooting Star, Writing on the Wall & Our Days Are Numbered.