‘Kan ik mee naar Kmart?’ vraagt de veertienjarige Ronald James eind oktober 1979 aan zijn ouders. Hij heeft een krantenwijk, waarvoor hij iedere ochtend door de wijk fietst, de krant op de groene gazons van de abonnees gooiend. Het leven in de lommerrijke suburb van deze grote Amerikaanse stad is groen en onbezorgd, de mensen vriendelijk. Zijn moeder knikt blij verrast haar zoon toe. Gezellig, dat wil hij anders nooit! Zoonlief laat sinds een jaar zijn haar lang groeien, iets waarvoor ze het voor hem opneemt als haar man daarover moppert. 'Kijk eens hoe mooi zijn haar golft!' zegt ze dan en als ze haar napruttelende man koket op de mond kust, keert de rust weer.
Het zijn lieve mensen met enig overgewicht en een energieslorpende chevrolet, een grote kleuren-tv en een groot, vrijstaand huis met veranda, garage en grote kelder als trotse symbolen van hun status, waarvoor hard is gewerkt.
Ma weet niet dat vorige week de nieuwe Styx is uitgekomen en aangezien winkels niet dichtbij zijn, leek het Ronald het beste om die met zijn zojuist ontvangen maandloon bij Kmart te gaan kopen. Twee maanden geleden kocht hij In the Heat of the Night, het debuut van Pat Benatar en vorige maand Street Machine van Sammy Hagar, allebei heerlijke melodieus-rockende albums.
Ondertussen was Babe van Styx een hit geworden. Dat vindt Ronald een klef liedje, maar hij gunt zijn helden hun commerciële hit. Voorgangers Crystal Ball en The Grand Illusion kocht hij zelf en Pieces of Eight kreeg hij voor zijn verjaardag. Prachtige muziek vindt hij dat, met deze groep is het altijd genieten!
Zijn moeder had verbaasd gekeken toen hij na afloop plotseling met een elpee in handen in de auto stapte, zijn vader had begrijpend geglimlacht. Boys will be boys! Op zijn kamer haalt hij de elpee voorzichtig uit het folie en kijkt verbaasd: wat een aparte hoes! De voorzijde mysterieus en donker, moet de achterkant worden opengevouwen als een servet. De binnenhoes lijkt wel van staal en toont hetzelfde geheimzinnige symbool als dat op de voorzijde, waarschijnlijk de Cornerstone waar de titel naar verwijst.
De slijmballade komt niet meteen, die staat pas als derde nummer op de A-kant. Eerst zal het stevig rocken worden met Styx’ driestemmige koortjes en ingewikkelde muzikale passages.
En dan gaat het mis. Lights komt niet van de grond en Why Me ook niet. Erger nog: er zitten blazers in die twee nummers! Ronald fronst de wenkbrauwen. Dan de verfoeide ballade, waarna Never Say Never voor het eerste lichtpuntje zorgt: mooi hoe elektrische en akoestische gitaar samengaan, al merkt hij op dat Boston dat op hun twee elpees net wat mooier liet klinken. Hij kijkt eens naar de kleine lettertjes: aha, opnieuw geproduceerd door de groep zelf, maar met andere technici achter de knoppen. Zou het daardoor zijn dat de productie minder vol is?
Op Boat on the River klinkt een mandoline, wat op zich leuk is, maar het is al het zoveelste rustige nummer. Eeeeh, hoort hij een accordeon bijvallen? Wat gebeurt hier toch?
Hij zet de B-kant op, hopend op stevig herstel. Het intro van Borrowed Time is veelbelovend en daarna ontvouwt zich een prima rockertje, maar First Time met zijn elektrische piano is de tweede slijmballade, waar zelfs het aardige refrein, sterke koortjes en strijkers niets aan kunnen doen.
Dan eindelijk een nummer van ruige rocker James Young: Eddie is stevig maar voorheen was het steviger bij deze gitarist en bovendien heeft hij betere nummers geschreven: Blue Collar Man van de voorganger bijvoorbeeld. Love in the Midnight tenslotte heeft een mooi akoestisch intro, al vraagt Ronald zich angstvallig af of dit de derde ballade zal blijken of het fraaie intro van een nummer met de stevige symfonische rock van voorheen. Het blijkt midtempo te zijn, niet onaardig maar te weinig om het album nog echt glans te geven.
Ondanks de nodige draaibeurten, hopend dat zijn duurgekochte plaat langzamerhand zal groeien, komt het niet meer goed. Enkele maanden later zal hij Cornerstone ruilen voor Freedom at Point Zero van Jefferson Starship van een klasgenoot, die dat veel te stevig vindt.
Dit verhaal speelde zich af in een parallel universum. De Ronald in dit universum maakte het jaar ervoor in Nederland iets soortgelijks mee toen Status Quo If You Can’t Stand the Heat uitbracht, waarmee de Britse rockers voor pop gingen. Dat komt binnen op die leeftijd, als je muzikale helden je zo tegenvallen.
Babe haalde in februari 1980 in Nederland #11 en Boat on the River werd hun laatste hit hier, #29 in april dat jaar. Nummers die mij niets deden.
Als popalbum heeft Cornerstone zijn momenten, maar met de oren van nu wordt er teveel op twee gedachten gehinkt. Daarvoor ben ik niet in Styx’ discografie gedoken. Vier nummers voor mijn afspeellijst: de steviger composities Never Say Never, Borrowed Time en Love in the Midnight en Boat on the River is een kleinood dat ik inmiddels wél kan waarderen. Omdat echte topnummers ontbreken en de mindere nummers diep onvoldoende zijn, vormen twee sterren een reële score. Ook voor iemand die allang niet meer veertien is.