The Radiators from Space brachten in het tumultueuze punkjaar 1977
hun debuut uit, pas medio september '79 volgde de tweede. Het heeft dan bijna een jaar op de plank gelegen.
De furie van de eerste punkgolf is inmiddels behoorlijk uitgewoed. Sommige groepen zijn gestopt, anderen kozen voor een mildere muzikale aanpak, zoals The Stranglers en The Damned. Zo ook deze groep uit Dublin.
In eerste instantie lijkt er sprake van versobering. De groepsnaam is ingekort tot Radiators en albumtitel
Ghostown is met opzet korter geschreven dan de Engelse spellingsregels voorschrijven. Later volgden er meer groepen met de naam Radiators, waarmee verwarring onvermijdelijk is als je op zoek gaat naar hun muziek. Om die te voorkomen, vermeldt MuMe hun platen onder de groepsnaam The Radiators From Space.
De groep is inmiddels verhuisd naar Londen, tevens thuisbasis van hun label Chiswick en tekent voor Ierland een distributiedeal met CBS. Alhoewel in eigen land heel populair, gaat er één en ander mis. Blijkens
Irish Rock Discography was bij de eerste persing van
Ghostown, medio september 1979, nog geen hoes beschikbaar. De eerste exemplaren werden in alle haast in posters aangeleverd. Promo-exemplaren bereiken de recensenten te laat, waardoor er qua promotie één en ander mis ging.
Resultaat: noch op de site van The Irish Charts, noch op die van de Britse collega's kan ik iets van het album of zijn singles terugvinden. Gezien het succes van het debuut en de kwaliteit die hier klinkt, is dat vreemd voor dit sterke album. Een bescheiden meesterwerkje flopte. Wellicht weten
gaucho en
Roxy6 meer, puttend uit hun archieven en herinneringen?
Ghostown werd geproduceerd door topproducer Tony Visconti, in die dagen allang een grote naam door zijn werk met David Bowie en vele anderen. In diezelfde periode werkte hij in Parijs aan Thin Lizzy's
Black Rose en zijn meesterhand wordt geleidelijk steeds duidelijker.
De muziek is beweeglijk: je kunt er diverse genrestickertjes op plakken. Wat eerst opvalt: uptempo gitaarliedjes, melodieus en pakkend, zoals meteen in de vrolijke, springerige opener
Million Dollar Baby. Hierin een solo van gastsaxofonist Ruan O'Lochlainn, die vaker op de plaat is te horen. Invloeden van de artrock van de eerdere jaren ’70 komen langs in combinatie met new wave met veel gitaar en soms galmende power pop. Kant 1 sluit af met
They're Looting in the Town, waarin echo's van de jaren '60 terugklinken.
Op de tweede helft hetzelfde recept, waarbij het opnieuw moeilijk is om favorieten uit te kiezen. Wel staat daarop een tweede meesterwerkje:
Song of the Faithful Departed. Pas hier valt me op dat dit eigenlijk een themaplaat is over Ierland en Dublin in het bijzonder, inclusief de velen die het land verlieten. De muziek bevindt zich ergens tussen die van The Boomtown Rats en Bruce Springsteen met de kanttekening dat dit nadrukkelijk Europees én gitaargericht klinkt.
De groep viel spoedig na release uit elkaar. Philip Chevron belandde bij The Pogues, waarmee hij wél een doorbraak meemaakte. Het is op
hun website dat hij terugblikte op zijn tijd bij The Radiators. De groep keerde in 2003 terug op het podium, om in 2006 studioalbum
Trouble Pilgrim uit te brengen. Chevron overleed in 2013.
Ghostown is een sterk album dat groeit bij vaker draaien. Aanbevolen voor liefhebbers van kwaliteitspop met een alternatief randje. Een vergeten pareltje, in ieder geval in Nederland. In latere jaren kwam in hun eigen Ierland herwaardering.
Mijn reis door new wave kwam van
Skids en vervolgt bij punks die in mindere mate hun furie verloren:
Generation X.