De opener van het in Hilversum opgenomen “Rocket Cottage” klinkt een beetje als een herhaling van zetten, al maakt het frivole vioolspel van Peter Knight nog wel wat goed. Anderzijds is dit natuurlijk gewoon een luxeprobleem – als luisteraar zijn we wellicht iets te veel gewend aan de hoge kwaliteit die Steeleye Span in deze periode aflevert. Ook het wel heel korte Bosnian Hornpipers klinkt vrij traditioneel.
Orfeo kent enorm funkend basspel. Het is een heel merkwaardig nummer, het lijkt wel een soort discofolk. Het loopt over in Knight’s vioolsolo in Nathan’s Reel, die dan weer langzaam wordt weggefade. Ik kan niet zeggen dat ik de keuzes van producer Mike Batt hier helemaal begrijp.
Maddy Prior weet me positief te verrassen in The Brown Girl, dat zeer verhalend en gevarieerd wordt gezongen. Ook hier overigens weer het funkende basspel van Rick Kemp.
In Fighting with Strangers – een vraag-antwoordlied tussen Prior en een zanger die ik niet helemaal thuis kan brengen. Die zanger (Knight?) weet wel enorme lappen tekst binnen het metrum te verhapstukken. Instrumentaal is het nogal apart gearrangeerd, het heeft zelfs iets Calypso-achtigs, maar dan een duistere variant daarop. Je kunt in ieder geval veel zeggen van deze plaat, maar niet dat de band op safe speelt na het succes van de voorganger. Ook Sligo Maid is weer een opvallende keuze, een soort funkreel. Sir James the Rose is dan weer vrij traditioneel in de gekozen aanpak.
En dan komen we aan bij de inmiddels bijna traditionele ‘vreemde afsluiter’. The Drunkard begint al met wat studioconversatie – geen goed begin. Vervolg zet Prior een raar stemmetje op en vervolgens weer wat gepraat. Nee, dit had niet op plaat gezet hoeven te worden. En dan volgt ineens weer een stukje prachtzang van Prior – hoewel ze het valse wel bewust zoekt (vandaar de titel).
Een klassieker is “Rocket Cottage” zeker niet – wel een hele leuke plaat, met veel interessante vondsten. Sommige nummers duren alleen wel wat lang. De plaat is verder wat gedateerder dan de voorgangers en daarnaast kwam deze plaat precies op het verkeerde moment, namelijk tegelijk met het begin van de punkgolf. Het hoeft verder geen betoog dat de folkrock van Steeleye Span diametraal tegenover de nieuwe stroming stond en daarnaast ook wel een gemakkelijk doelwit was.