Vanaf het moment dat de Amerikaanse bluesmuzikant Joe Bonamassa op 12-jarige leeftijd met de invloedrijke BB King het podium deelde is het snel gegaan met de carrière van de talentvolle gitarist en zanger. De manier waarop hij zijn bluessound door de jaren heen perfectioneerde hebben alleen de grote namen uit deze muziekstijl hem kunnen evenaren. Niet alleen zijn uitmuntende gevoel om de blues te verweven in zijn krachtige gitaarsolo’s hebben hem door de jaren heen gevormd, maar zeker ook zijn ambitie om van veel coverwerk over te stappen naar volledig zelf ontwikkelde songs. Daarbij kreeg hij voor de opnames van zijn album Blues of Desperation steun van een aantal grote namen uit Nashville, waaronder James House, Tom Hambridge en Gary Nicholson. Met zijn langdurende samenwerking met producer Kevin Shirley nam hij het album in 5 dagen op in de Nashville’s Grand Victor Sound Studios, met de bijdragen van een aantal gerenommeerde namen uit de muziekindustrie, zoals Michael Rhodes, Anton Fig en Reese Wynans. In zijn teksten gaat hij naast de naar de blues refererende onderwerpen als eenzaamheid en het geharde leven in op de liefde en stressvolle tijden.
Vanaf de intensieve gitaarklanken van This Train sleept Joe je het rockgeweld van zijn muziek in. Met de trein metafoor wordt de dubbele drumstructuur ingevuld door Anton Fig en Greg Morrow. Het nummer slaagt erin de bluesrock in een opgaande beat te doen samensmelten met de country. Bij vlagen ruig in het gitaarspel van Joe, maar dan weer swingend in de pianoklanken van Reese Wynans. Het soulvolle aspect wordt verzorgd door de achtergrondzangeressen, met onder andere de getalenteerde Mahalia Barnes. Het liefdesverdriet wordt bezongen in de felle uithalen van Joe en de steeds verder wegvoerende trein. Met zijn gitaarriff op Mountain Climbing zoekt hij de verbinding met de jaren 70. Het is een nummer dat vooral in zijn live shows van meerwaarde zal zijn. Het ruige leven daalt neer in de strijd tegen de armoede, maar de blues geeft dat benodigde steuntje in de de rug. In het refrein zorgt de zang van het achtergrondtrio voor een scherp randje aan de felle bluesrock. Wanneer Joe zijn handen aan het werk zet voeren de dreigende klanken van zijn solo de benarde werkomstandigheden tot in het einde des levens. Michael Rhodes draagt met zijn bassriff het bulderende drumwerk van het duo Anton Fig en Greg Morrow. Het is niet alleen het stevige werk van de bluesrock waar Joe met zijn verschillende gitaren een draai aangeeft, maar zeker ook het lichtere werk op een track als Drive. De ontsnapping aan de dagelijkse stress voert het nummer een nachtelijke autorit in. De soulvolle blues van het nummer brengt een uit het leven gegrepen film in beeld. De donkere klanken doen zich vermengen met de zwoele buitenlucht, voordat Joe volledig losgaat in zijn meeslepende solowerk. De basis in het drumritme behoudt de ontspannende structuur en voert je over verlaten wegen, waar de landschappen langzaam aan voorbij trekken.
De openingsklanken van No Good Place For The Lonely doen aan als een tweede versie van Still got the Blues. Enkele strijkers voeren de kracht wat meer naar de achtergrond, voordat de eenzaamheid toeslaat in Joe’s liefdesverdriet. Het nummer bereikt met de toegevoegde synths wat minder het originele geluid waarin Joe’s kracht ligt, maar dit weet hij in het tweede deel van deze langzame bluestrack op te lossen met een overweldigende gitaarsolo. Ondersteund door het Hammond orgel beweegt het nummer zich naar de Britse bluesrock, waar Joe volledig in zijn vingervlugheid in opgaat. De ruwe en ruige klanken laten de eenzaamheid achter zich en brengen Joe naar nieuw geluk in de liefde. De invloed van producer Kevin Shirley is merkbaar in de Led Zeppelin-achtige titeltrack Blues of Desperation. Openend met de wah gitaar in de stoffige woestijnomgeving dringen de klanken van de slide gitaar verder door in het geheel. De oosterse klanken vermengen zich hierbij met de aanstekelijke gitaarriff, waarin de wanhoop van het bestaan een weg zoekt. Experimenteel in de ebbende klanken stijgt de Chicago blues en hardrock op in het bulderende gitaarwerk. Het hammond orgel bespeeld door Reese Wynans past uitstekend in de ritmische structuur van het nummer, waar vooral de afwisseling tussen zacht en hard in centraal staat. Op The Valley Runs Low stapt Joe terug naar de basis, waar de gospel invloeden in doorsijpelen. Het uitstekend opererende vrouwelijke trio brengt de ontroering in het refrein. De lange tocht in de liefde ontwikkeld zich in de akoestische gitaarklanken en brengt het soulvolle in de mens naar boven. Na deze emotionele onderbreking van het stevige werk op het album pakt You Left Me Nothin’ But The Bill And The Blues het klassieke bluesritme op. Een gebroken hart brengt de spitse klanken van de blues diep het geweten in. De fraaie opbouw met het pianospel van Wynans voert het nummer naar twee hevige bluessolo’s toe. Joe weet als geen ander de ruimte te laten aan de verschillende segmenten uit de blues, van Chicago en Memphis naar de Britse invasie in de muziek toe.
Op Distant Lonesome Train wordt de meerwaarde van twee drummers nog eens extra belicht. Het dubbele drumpatroon laat de eenzame trein van het leven voortstuwen, om vervolgens de ruimte te geven aan Joe’s gitaarwerk. De Britste blues stijgt in volle kracht op, met invloeden van Cream en John Mayall. Elke noot die hij aanslaat past precies in het historische bluesplaatje van de eenzaamheid. Samen met de basslijn van Rhodes zorgt Wynans op zijn orgel voor de ondersteunende kracht in het nummer. De wegebbende klanken van Joe’s Les Paul zorgen ook hier weer voor de meest verfijnde bluesritmes. How Deep This River Runs brengt in de tekstuele zin wat meer poëzie in het geheel. Het rustige ritme wordt opgebouwd tot de krachtsexplosie van het soulvolle refrein. De melodieuze gitaarriff brengt de structuur meer richting de hardrock. De diepe wateren brengen een hoop aan emoties met zich mee, van de onzekerheid in de liefde tot aan de angsten van het bestaan. Joe brengt zijn monsterlijke gitaarsolo’s in de kracht van Rory Gallagher, om uiteindelijk het nummer weer op te bouwen vanaf de basis. Het jazzy Livin’ Easy brengt ons verder terug in de tijd, naar het Chicago van de jaren 50. Paulie Cerra en Mark Douthit brengen een aantal aanstekelijke saxofoonsolo’s in het geheel. Het honky tonk pianospel van Wynans sluit perfect aan op de blues van Joe. In zijn teksten slaat de vrouw het geld erdoorheen en moet de man het ontspannende leven loslaten om genoeg geld in het laatje te krijgen. Met What I’ve Known For A Very Long Time sluit Joe het album op een rustgevende manier af. De liefde is gevonden en wordt in de soul en blues van de ballad bezongen. Lee Thornburg brengt met zijn trompet wat meer diepgang in het trage ritme. Joe zoekt in zijn zang naar diepere vocale lagen, waar de emoties van de blues in doorsijpelen. Puur en rauw tegelijk, maar het laat toch vooral de klasse zien waarmee de bluesmaster te werk gaat.
Blues of Desperation brengt zowel Joe’s kenmerkende interpretatie van de blues, als de toevoeging van de moderne invloeden op deze muziekstijl in het geheel. In zijn zachte en meeslepende gitaarwerk als in zijn krachtige en gedreven bluesrock toont hij opnieuw aan tot de beste gitaristen van zijn tijd te behoren. Zangtechnisch weet hij zich ook steeds beter in te leven in de rauwe emoties van de blues en slaagt hij er met behulp van het vrouwelijke vocale trio in de teksten in combinatie met de muziek tot leven te laten wekken. Zijn samenwerking met een aantal belangrijke namen uit de muziekindustrie duwt het album naar fraaie ritmische klanken en melodieus toetswerk toe. Hij behoudt hiermee de hoogwaardige kwaliteit van Different Shades of Blue en weet met zijn oprechtheid en wanhoop de blues tot grote hoogte te laten stijgen.
4*
Afkomstig van mijn site
Platendraaier.