Voor we eraan beginnen, moet ik eerst nog iets persoonlijks kwijt: tot voor kort heeft PJ Harvey me nooit echt weten te bekoren met haar muziek. Op enkele losse nummers als Dress en Let England Shake uitgezonderd, was ze voor mij meer als een overbuurvrouw waar je altijd vriendelijk naar knikt, maar nooit mee wil praten. Tot ik plots heel toevallig The Community Of Hope voorbij hoorde komen, een single van PJ’s nieuwste plaat The Hope Six Demolition Project. En verdorie, opeens werd mijn interesse wel gewekt. Of hoe die voorheen anonieme overbuurvrouw eigenlijk best interessant blijkt te zijn.
Waar Polly Jeans vorige album Let England Shake een echte geschiedenisboekenplaat was, waarin volop parallellen getrokken werden tussen de Eerste Wereldoorlog en onze huidige maatschappij, daar staat deze nieuwste telg volledig in het hier en nu. The Hope Six Demolition Project is (net als haar poëziebundel The Hollow Of The Hand) geïnspireerd door enkele reizen door Afghanistan, Kosovo en Washington DC die PJ maakte met fotograaf/filmmaker Seamus Murphy.
Hierdoor zijn vooral de teksten erg interessant geworden. We horen hoe een bevoorrechte westerse vrouw verslagen en aan de grond genageld de miserie om haar heen beschrijft. Ze ziet Kosovaarse huizen die twintig jaar na het einde van de oorlog nog altijd niet zijn heropgebouwd, en het uit wanhoop voortvloeiend alcoholisme bij de ooit zo trotse originele bewoners van het Amerikaanse continent. Ze probeert een broodmager bedelend kind nog tegemoet te komen in diens smeekbede om dollars, maar haar taxi vlamt bruut weg voordat ze hiertoe de kans krijgt. Een in tranen uitbarstend figuurtje wordt steeds kleiner en kleiner in de achteruitkijkspiegel. Dit album kreeg vaak de kritiek dat de lyrics alleen de problemen beschrijven maar geen oplossingen bieden. Dat is eigenlijk erg raar, want hoe moet je de wereld overtuigen van je ideeën als je het zelf ook allemaal niet meer weet? Heeft Bob Dylan eigenlijk ooit een constructief plan voor het bereiken van wereldvrede uiteengezet op één van zijn platen? Dat murwe, dat door doffe ellende gevloerde, maakt alles net extra krachtig. ‘OK now this is just drug town/just zombies/but that’s just life’. De situatie is wrang, dus verwoord je het maar wrang.
Het feestelijke sfeertje bereikt trouwens een hoogtepunt in het over ontwikkelingshulp handelende A Line In The Sand: ‘What we did?/Why we did?/I make no excuse/We got things wrong/But I believe/We also did some good’. Als onze maatschappij zelfs faalt als het goede bedoelingen heeft, wie kan dan van PJ nog antwoorden verwachten?
Woordenschat alleen maakt The Hope Six Demolition Project nog geen fantastische plaat natuurlijk. Hoewel de songteksten het interessantste zijn op dit album, is ook de muzikale omlijsting meer dan top. Zo zit onder het immens treurige Near the Memorials to Vietnam and Lincoln een soort wrange parodie op een hoopvol deuntje, als om te zeggen ‘ja Lincoln en de Vietnamoorlog, allemaal goed en wel hoor, maar waarom krijgen ze nog steeds meer aandacht dan heel wat acutere problemen?’. De parabel van de taxi en het bedelende kind uit Dollar Dollar krijgt dan weer extra lading mee door met slepende instrumentatie en field recordings de moedeloosheid voelbaar te maken. En zo krijgt elke song op deze plaat wat het nodig heeft.
Dus ja, PJ maakt opnieuw een fantastische plaat. En deze keer heb ik dat gelukkig ook door.
(Dit bericht komt van mijn muziekblog
The Irresistibles. Het is zeker niet de bedoeling dat al mijn blogposts op musicmeter terechtkomen, dus wie benieuwd is naar meer mag altijd de
facebook-pagina liken. Bedankt!)