Oh ironie. Ian Andersons eerste soloalbum is tegelijkertijd het album waarop hij veel intensiever dan ooit tevoren de muziek met een ander schreef, te weten toetsenist Peter-John Vettese. Bij Jethro Tull immers schreef hij meestal zelf alle muziek. Daarmee is
Walk into Light eigenlijk minder een soloplaat dan zijn meeste groepswerk, zo noteert auteur Scott Allen Nollen droogjes in diens bio over de groep uit 2002.
Op de hoes toont Anderson zich voor het eerst met gekortwiekt kapsel. Trouwe fans hebben wellicht alleen daarin al een slecht voorteken gezien. Twee grote verschillen met Jethro Tull. Ten eerste: Anderson zingt anders. Milder, ronder. En qua muziek is dit een digitaal album. Synthesizerpop.
Als je Jethro Tull vergelijkt met een symfonieorkest, dan is de muziek op
Walk into Light als kamermuziek. Een tweepersoons orkest, kleiner en intiemer. Je hoort Anderson genieten van dit zijstapje. Dit na de succesvolle maar extreem drukke jaren 1968 - 1982 met ieder jaar een nieuw album, uitgezonderd 1981.
Als chef de mission waren er bij Tull veel verantwoordelijkheden, al dan niet door bezettingswijzigingen. Bassist John Glaslock was in '79 overleden en vervangen door Dave Pegg (ex-Fairport Convention, vanaf de tournee voor
Stormwatch), drummer Barrie Barlow was vertrokken (eerst te gast op het eerste soloalbum van
Kerry Livgren van Kansas) en werd vervangen door respectievelijk Mark Crancy (
A) en Gerry Conway (
The Broadsword and the Beast).
Toetsenisten Mark Evans en David Palmer moesten in juli 1980 weg, zo vernamen ze dankzij Melody Maker. Dit omdat Anderson een soloplaat wilde maken en na enige alcoholconsumptie iets te loslippig was in bijzijn van een journalist van het blad. Dat werd het uiteindelijk als groepsalbum uitgebrachte
A. Zij werden op dat album vervangen door Eddie Jobson (ex-Roxy Music), die op
The Broadsword alweer was vervangen door Vettese.
1983 was het tweede albumloze jaar van de groep, waardoor er ruimte kwam voor
Walk into Light. De mogelijkheden van de nieuwe generatie synthesizers leken onbeperkt en met toetsenkunstenaar Vettese neemt Anderson in zijn eigen Farmyard Studios gedurende de lente en zomer van dat jaar de muziek op, dit combinerend met zakelijke bezigheden voor zijn
"fish farming enterprises".
Op het gehele album trakteert Vettese zijn gastheer op een rijk scala aan digitale geluiden en effecten én laat nog meer dan op
The Broadsword horen een zeer gedegen muzikale opleiding te hebben. Een digitaal album dus, ook de beats; wel pakt Anderson regelmatig zijn dwarsfluit. De stijl van Jethro Tull is duidelijk herkenbaar, maar zoals gezegd: het is ingetogener. De meeste trouwe liefhebbers van Jethro Tull beschouwden dit echter als platte kitsch.
Mijn favorieten zijn opener (tevens geflopte single)
Fly by Night, het vlotte
Made in England waarin hij zijn stem anders inzet dan voorheen, barokinvloeden in
Toad in the Hole en
User Friendly met daarin Andersons beleving van de digitale revolutie.
Op tournee ging het duo niet, wél deden ze tv-optredens in München
(hier de beelden) en in Engeland in de
Leo Sayer Show.