Wie behalve de hits op de albums ’Stars We are’ en ’Tenement Symphony’ niet vertrouwd is met Marc Almonds solowerk, zou ik niet meteen de LP’s van Marc and the Mambas aanraden. Toch meen ik de redenering van de aërodynamische connaiseur hierboven wel te snappen. Muzikaal sluit Mother Fist dicht aan bij de zware kost van het Mamba’s-werk. Akoestische instrumenten domineren en de productie - in de betekenis van overvloedig en technisch hoogstaand knip-, plak- en schaafwerk - lijkt hier nogal minimalistisch. Samen met de Mamba’s-platen behoort Mother Fist dan ook ’s mans meest intimistische werk. De dansbare elektro-pop van Soft Cell is verder weg dan ooit. Dit illustreert de muzikale veelzijdigheid van meneer Almond. Dat is toch een talent waar pakweg Nick Cave minder over beschikt. Soms frustreert het me dat Almond door de hoofdstroom-media lager wordt ingeschat of in elk geval minder ter sprake komt. Al streelt het ook wel m’n ego om m’n status van Almond-fan met enkele duizenden en niet met miljoenen medemensen te moeten delen. Cave en Almond speelden trouwens ten tijde van de Mamba’s nog samen in het gelegenheidsensembe Immaculate Consumptive.
Inspiratie voor ’Mother Fist and her Five Daughters' zou Amond hebben gevonden in een schrijfsel van Truman Capote. ChatGPT maakt me wijs dat de Amerikaanse auteur nooit zelf deze metafoor voor zelfbevrediging publiek of artistiek heeft geuit. Die eer komt (!) dus de zanger uit Southport toe. Liedjesteksten met een dubbele bodem, ik lust ze wel. Zeker indien de extra betekenis zich situeert in de geslachtsrijpe onderbuik en niet te voor de hand (!) liggend is. ’Drive my car’ was midden jaren 1960 een monsterhit en zou wel eens over een ander ritje kunnen gaan dan eentje op vier wielen. Toeval of niet: Southport was in z’n glorietijd een populaire een badplaats voor Liverpudlians.
Vanaf de eerste contrabasnoten op de opener en tevens het titelnummer, is de juiste toon gezet. U hoeft niet zoals ik het kind te zijn van een Oostendse schipper om van de zilte zeemanssfeer doorheen dit album met volle teugen te kunnen genieten. Al hebben potentiële luisteraars uit die stad van mijn jeugd nog een voordeel dankzij het James Ensor-achtig masker dat door Marc de onschuldig ogende matroos een beetje onwennig wordt omhelsd. De eerste bestemming van deze 50 minuten durende trip is evenwel een iets wereldberoemdere stad. Almond bejubelt de ranzige kant van pre-Olympisch Barcelona. Anderhalf decennium later zal hij in een autobiografische reisgids de teloorgang van achterbuurten aldaar ten dienste van het massatoerisme betreuren. Rond die tijd heeft een gereünieerd Soft Cell een bescheiden hitje met Monoculture, een aanklacht tegen hoofdwinkelstraten die in elke westerse stad haast identieke kopieën van elkaar zijn. En in ’The End of New York’ betreurt hij de Giulianistische make-over van de Grote Appel Die Nooit Slaapt. Dat spoken-word album komt kort voor 9-11 op de markt. Omwille van de titel beslist Almond om het na de aanslagen wereldwijd uit de rekken te halen. Almond weet dus veelzijdigheid te combineren met maatschappelijke consistentie.
Terug naar de boottrip van 1987, met natuurlijk een ode aan de zee maar ook aan de tragische actrice en zangeres Judy Garland. De titel ’Saint Judy’ lijkt een heiligverklaring aan dit ongewild icoon van de lgtb-abcd-qwerty-en-azerty-communiteit. Maar dit lied bevat ook snedigheden zoals deze flard poëzie: ”And if I die before I wake up, I pray the Lord don't smudge my make-up.” Wie zoals ik niet werd groot gebracht / klein gehouden met Angelsaksische gebeden en wie Mother Fist (ruim) na 1992 ontdekte, moet misschien ook denken aan dat liedje van Metallica over Klaas Vaak.
Ik schat het verhalend vermogen van rasartiest Almond even hoog in als dat van de allergrootste liedjestekst-smeden zoals Dylan, Cohen, Waters, Reed, Nijgh, Brel, Springsteen, Gainsbourg, De Craene, Morrison ... en Cave. Het sterkste argument op Mother Fist is misschien wel het pareltje ’There is a Bed’. Het bed is hier een metafoor voor het leven: men wordt er in geboren, komt er tot rust, heeft er angstdromen, bedrijft er de liefde, ligt er ziek te wezen en gaat er uiteindelijk in dood. Who-bassist John Entwistle, wiens hart het begaf onder een stel Las Vegiaanse stoeipoezen, wist in een mum van tijd bijna al deze bedactiviteiten te combineren. Some guys have all the luck.
Welke platen ik dan wel zou aanraden om iemand tot het Almond-dom te bekeren? Naast de twee hoger vermelde commerciële succesalbums zeker ook Enchanted. In een poll onder fans op Facebook stemde ik op deze plaat als m’n favoriet. De ruime meerderheid koos evenwel voor Mother Fist. Nog twee aanraders zijn A Virgin’s Tale, Volume I en II. De liedjes op beide albums werden grotendeels ten tijde van Mother Fist ingeblikt en baden muzikaal en thematisch in dezelfde maritieme sfeer. Zeer oneerbiedig bracht Virgin (!) beide albums pas vijf jaar later op de markt zonder noemenswaardige promotie, als betrof het een verzameling overschotjes en B-kantjes. Wie de moeite heeft gedaan om dit onvolledige review helemaal uit te lezen, zou nu beter moeten weten. Verwen uw oren en verruim uw geest zonder gebruik te maken van chemicaliën of andere toxische extracten. Melancholy is the drug and I need to score.