De hoes is geweldig: zo zie ik ze graag, maar is dit ook een album waarop ik hetzelfde kan zeggen?
Ik zal eens een poging gaan wagen............
Fiery Crash opent de cd met de vreemde naam. Een rammelend gitaartje met daar doorheen de hemelse viool. Wat een prachtig contrast. Het nummer heeft een beetje Sufjan Stevens-achtige spanning in zich. Nu vind ik toch al dat Andrew Bird best vergeleken mag worden met die grootheid. Het is nu ook niet zo dat hij exact dezelfde muziek maakt (bij Sufjan bijvoorbeeld staat de banjo centraal, bij Bird de viool), maar het avontuur spat er bij beide heren vanaf.
En deze opener toont gelijk al aan dat Andrew Bird het simpelweg verdient om uit de schaduw te treden en dezelfde soort erkenning te krijgen als genoemde Sufjan Stevens.
Heerlijk nummer: we zijn op een goede manier binnen!
Imitosis heeft de bekende tokkelende vioolklanken zoals we die ook konden horen op de voorgangers. Het geeft deze muziek toch wel een bepaalde schwung. Lekker loom, vervreemdend en uitermate boeiend. Heerlijk ook de tempo-wisselingen. Alsof we op een of ander Zuid-Amerikaans feestje bij iemand thuis zijn beland.
Heretics klinkt met zijn gitaar-intro lekker indie. Maar dan volgt al heel snel die zwierige viool die hier wat Aziatisch klinkt. En dat is wat ik telkens weer zo waardeer. Bird verkent zijwegen zonder te vallen in al te veel gefreak of gepiel. Het blijft allemaal heel goed te volgen.
Op
Dark Matter toont Bird dat hij het fluiten niet verleerd is. Mensen die niet bekend zijn met het werk van deze artiest zullen wel denken dat ik nu een grappige woordspeling maak, maar dat is niet het geval. Andrew Bird kan letterlijk erg goed fluiten en dat toonde hij op de vorige albums al aan. Hier laat hij ons horen dat hij het nog steeds kan. Een leukigheidje, maar voor mij geen echte noodzaak. Wel is het goed te horen dat Bird met dit nummer weer zoveel klasse toont.
Plasticities is ook opgebouwd rondom vioolgetokkel, aangekleed met af en toe wat rauw gitaargeluid. Die gitaar geeft het net dat nodige rauwe randje mee waardoor het totaal geen zoete boel gaat worden.
Het 7 minuten durende
Armchairs is wat pittiger. Het trekt traag door en gaat rustig door naar het einde. Wat lastiger om in 1 keer te doorgronden en dit nummer zal zijn tijd nog wel even nodig hebben denk ik.
Simple X is wat kleiner. Het rammelt lekker en heeft door zijn electronica een wat vervreemdende sfeer (ik moet soms even aan The Avalanches denken). Dit soort nummers geven aan dat hij binnen het eigen genre ook nog steeds op zoek is. Het blijft één grote verkenningstocht.
The Supine start hemels, het is haast of je een klassieke cd hebt opgezet. Mooi, gedragen en plechtig. Helaas blijkt het een tussenstuk te zijn met zijn ene minuut.
Maakt niet uit, want
Cataracts is zeker de moeite waard. Het klinkt wat zwaarder en straalt meer melancholie uit. De strijkers zijn hier zeker debet aan.
Scythian Empire krijgt een start met de piano in de hoofdrol. De zang komt hier mooi naar voren. Het heeft het fluwelen laagje dat b.v. een Jens Lekman ook heeft.
En dan weer die tokkelende violen. Het gaat nog steeds geen moment vervelen, zeker ook omdat de inkleuring hier weer totaal is. Ik noem Jens Lekman, maar Belle & Sebastian zou hier zeker ook niet misstaan.
Vogelgekwetter opent
Spare-Ohs. En ja hoor daar is de fluitende Bird zelf ook weer aanwezig. Wederom een sterke song. Het gaat weer alle kanten op zonder het bekende rollercoaster-gevoel. We worden niet alle kanten op geschud en toch stuurt hij ons wel verschillende kanten op. Vogelgekwetter eindigt dit nummer ook weer.
Langzaam loopt het gekwetter over in
Yawny at the Apocalypse. Ook hier een wat duistere strijkersbegeleiding met daaroverheen het glijdende vioolgeluid, waardoor het ook hier wat Aziatische trekjes krijgt. Geen zang deze keer. Een instrumentaal nummer (niet vreemd voor Andrew Bird overigens) sluit deze bijzondere cd af.
Voorganger Andrew Bird & the Mysterious Production of Eggs was één van mijn lievelings-cd's uit het jaar 2005. Dat album klonk wat vrolijker dan dit Armchair Apocrypha. Voor Weather Systems uit 2003 gaat exact hetzelfde verhaal op.
Je zou kunnen zeggen dat ik dit album dus een halfje lager moet plaatsen. Het zou daarmee op 4* komen. Toch moet ik zeggen dat dit album erg goed aanslaat bij mij en ik het wederom wonderschoon vind. Voeg daarbij de snufjes avontuur en eigengereidheid van deze bijzondere artiest en ik kom wederom uit op 4,5* waarmee dit jaar nu toch al aardig wat sterke albums heeft opgeleverd. En dat Andrew Bird op deze site net zo veel (positieve) belangstelling mag krijgen als Sufjan Stevens
