Mijn instapalbum van Slechtvalk, nadat ik ze enkele jaren daarvoor leerde kennen via
In Paradisum van
The War That Plagues the Lands van vijftien jaar eerder.
Personele wijzigingen sinds voorganger
A Forlorn Throne : Ohtar is vertrokken, maar nog wel met ondersteunende vocalen op negen van de tien nummers te horen. Nieuwe bassist is Dagor.
Dan zijn er twee gastvocalisten/-grunters plús een gastgitarist op drie nummers: producer Lasse Lammert, in wiens studio nabij Hamburg
Where Wandering Shadows and Mists Collide werd opgenomen.
Gitaarsolo's zijn een primeur op deze vijfde Slechtvalk, de toetsen van Premnath hebben opnieuw vooral een ondersteunende functie.
Het plot is weer boeiend. Deze keer geen woud als decor van het verhaal maar het fictieve koninkrijk Asternas, aan de hoestekeningen te zien in woestijnachtige, Arabische streken. Grootste verandering is echter de tekstvorm: geen verhaal in puur proza maar daarnaast rijm en coupletten!
Dat gebeurt meteen in opener
We Are. Hier klinken de aanklachten van slachtoffers:
"We are the bloodstains on your hands, We are the wounds time cannot mend. We are the people you have enslaved, We are the ones you could have saved." Zo klinkt het in indringende screams van frontman Shamgar, die anders dan op de vorige twee albums het leeuwendeel van muziek en teksten schreef;
"'Til you discover on your final day when Justice comes riding in his shining armour - We are the voice that shall be heard." Een beest van een opener met een tekst die helaas nog altijd urgent is.
Asternas blijkt een vervallen koninkrijk te zijn:
"We deserve our own suffering, a ruined nation without a king." en
"Our arrogance had wrought our own downfall and an empty throne in a ruined hall."
Dit verval heeft geleid tot onderlinge verwijdering (
Betrayed), waarbij in
March to Ruin de vijand nadert om te vernietigen wat nog rest van Asternas:
"They march to ruin, their drums announce our doom". De vijand in
Nemesis heeft nog invloed op de psyche van de ik-persoon:
"You're no longer controlling me and one day I'll forget you." Heerlijk hoe drummer Grimbold hier en elders beukt, waarbij toms lekker vet in de mix zitten.
De tweede helft begint met
Rise or Fall met muziek van gitarist Seraph, waarin de ik-persoon oproept om niet bij de pakken neer te zitten of fouten te ontkennen, maar om op te staan en te strijden. Blastbeats vliegen als horzels om de oren.
The Shrouded Grief verhaalt over een overleden geliefde en zit vol spijt over wat de ik-persoon verzuimde te doen. Basdrums als drilboren en ijle toetsen ondersteunen de wroeging met gastzangeres Marie Lorey.
Dat machtsmisbruik en corruptie de redenen zijn voor de ondergang van Asternas blijkt in
Malach Defiled met halverwege een heerlijk vinnig riffje:
"It was all in vain when you bent the rules in your favour." Een verhaal van alle tijden, zoals ik bijna dagelijks in het nieuws tegenkom...
Overleeft koninkrijk-in-verval Asternas de strijd om zijn voortbestaan? In
Wandering Shadows en
Homebound het antwoord.
Wandering Shadows begint met diepe, cleane zang, gevolgd door de gastgrunts van de Amerikaan Jason Saylor en vervolgens de screams van Shamgar. Met een pakkende, slepende groove is het toch uptempo: wat mept die Grimbold toch raak! In het middendeel een cello (niet op hoes vermeld) en akoestische gitaar. Met de opener mijn favoriet van dit album, mede dankzij de melancholische rifflijnen.
Homebound bevat in beste Slechtvalktraditie de verwijzing naar deze vogel en eindigt met een zeilreis naar
"the distant shores of the lands to the north".
Ten opzichte van de voorganger bevat
Where Wandering Shadows and Mists Collide enkele ontwikkelingen; bruut en snel bleef het.
Zo ziet dat er live uit op amateurbeelden.
Gisteren verscheen het nieuwe album
At Death's Gate, dat die ochtend al vroeg in mijn brievenbus landde. Daar ga ik de komende weken de tijd voor nemen, afgewisseld met de nieuwe albums van The Cure en Moggs Hotel. Variatie verzekerd.