Na drie albums waarop Jethro Tull ergens tussen ZZ Top en Dire Straits laveerde, bleef het vier jaar stil, afgezien van diverse tournees, verzamelaar
25th Anniversary, de boeiende uitgave
Nightcap: The unreleased Masters, 1973 - 1991 uit 1993 en livealbum
In concert: At the Hammersmith Odeon 8th October 1991.
Gitarist Martin Barre bracht in 1994 zijn eerste soloplaat uit, het prima
A Trick of Memory. Frontman Ian Anderson worstelde met zijn gezondheid, was druk als zakenman met zijn forelboerderij met vierhonderd werknemers en bracht in april 1995 zijn soloalbum
Divinities: Twelve Dances with God uit, gevuld met instrumentale, licht-klassieke muziek.
Slechts vijf maanden later verschijnt Tulls
Roots to Branches. Bassist Dave Pegg was inmiddels te druk geworden met Fairport Convention en had de groep die zomer verlaten, nadat hij live al diverse malen door diens zoon Matthew was vervangen. Wel is pa nog op drie nummers te horen. Op de overige bast de Amerikaanse sessiemuzikant Steve Bailey.
Het album klinkt mij in de oren als een vocale en progrockende versie van
Divinities. Van oorsprong was Jethro Tull een groep die diverse muziekstijlen (blues, jazz, progrock en folk) integreerde tot een eigenzinnig geheel met dwarsfluit en Andersons soms bezwerende zang. Waar ik die combinatie van ingrediënten op de drie voorgangers node miste, keert deze hier terug.
Hoe is dat zo gekomen? Ondanks dat Scott Allen Nollen in zijn bandbiografie 'Jethro Tull' uit 2002 veel vertelt, blijft het gissen. Opvallend is de reis naar India in februari 1994 die indruk maakte op de groepsleden en terugkeert in de nodige, licht-oosterse melodieën.
Een tweede reden kan de toetreding van de getalenteerde toetsenist Andy Giddings zijn, die fanatiek het werk van zijn voorgangers bestudeerde en bovendien nauw betrokken was bij
Divinities.
Dat de groepsleden de nodige inbreng hadden in de muziek - alhoewel de credits aangeven dat alle nummers zijn geschreven door Anderson - vertelde drummer Doane Perry. Over de repetities waar Anderson slechts deels bij was:
"Martin retreated into weird wah-wah psychedelia, and Ian kept popping his head in and out to hear how things were going, offering an occasional 'Hmmm, why not try this?" Andersons gefronste wenkbrauwen konden enige onrust veroorzaken bij Barre, Giddings en Perry, maar
Roots to Branches klinkt organisch, iets wat ik bij het trio vorige albums miste.
In de teksten keert de religieuze inspiratie van
Divinities terug, zoals in
Valley. Nee, Anderson was geen religieus mens geworden, althans wat het georganiseerde deel daarvan betreft:
"Oh, beware the scary power of religious fervor, mixed with dangerous geo-politics and the hip-on-the-shoulder mindset of separatism, fragmentation, and the wild flagwaving desire to settle old, old scores," zo noteerde hij in het tourprogrammaboekje. Met het nieuws dat ons deze dagen bereikt waarbij een derde wereldoorlog een mogelijk vervolg kan worden, zijn Andersons woorden alleen maar in gewicht toegenomen.
Bassist bij de tournee is Engelsman Jonathan Noyce, die tevens deel uitmaakte van Andersons groep bij de tour voor
Divinities. Leuk detail: toen hij werd geboren, nam Jethro Tull een pauze van hun tour voor
Aqualung.
De bandbiografie sluit af het hoofdstuk over
Roots to Branches af met een korte zin over een ingrijpende gebeurtenis voor Anderson:
"Unfortunelately, the original Strathaird salmon factory in Inverness burned down on August 1, 1998."