Deze muziek is als een tuin. Het groeit, bloeit en het kleurt. Het frisse jonge groen knispert licht en de merel, op zoek naar lekkere hapjes, maakt van je net ingeplante perk weer fijn een puinhoop. Hier zijn geen dreigende luchten, dolende zielen, verpauperde woonwijken of vervallen kastelen te bespeuren. Zo blijf je lekker in balans. Met metal heeft het niet zoveel meer te maken. Dit is mooie, tamelijk rustige, instrumentale progressieve rock met her en der een fijne gitaar oprisping. De muziek op dit album - ook al kan het nèt niet tippen aan - past wat mij betreft prima in het rijtje Steven Wilson, Riverside en Lunatic Soul.