Toen ik klein was, werd er bij ons niet veel verschillende muziek gedraaid. Af en toe The Beatles, maar vooral
Doug Sahm (vooral na zijn dood in 1999) werd veelvuldig opgezet. En alleen door mijn vader; de Made In Japan CD van mijn moeder werd onder geen enkele omstandigheid gedoogd en kon alleen stiekem gedraaid worden wanneer mijn vader een vergadering moest bijwonen.
Midden in december werd de eentonigheid steevast onderbroken door de volgende eentonigheid. Meestal was ik al vergeten dat het bestond, maar op het moment dat mijn vader de kerstboom had neergezet en mijn moeder er lampjes in hing, klommen de oplopende basnoten van de piano al naar het feest van White Christmas. Mijn moeder vluchtte omdat ze het al te vaak gehoord had. Mijn twee oudere zussen vluchtten omdat ze op die leeftijd waren waarop ze zich tegen mijn vader gingen afzetten. Zo eindigde ik samen met mijn vader, luisterend naar Phil Spector terwijl we de laatste lampjes in de boom hingen. 'Hoor je dat?', riep mijn vader soms, wijzend naar het plafond alsof het daar vandaan moest komen. 'Ja pappa.', antwoordde ik dan, hoewel ik geen idee had dat er iets te horen viel. 'Die man was geniaal', berichtte mijn vader dan terug, maar hij leek het niet meer helemaal tegen mij te hebben.
Nu ben ik echter oud en wijs (lees: 19 jaar en gezakt voor zijn middelbare schooldiploma) en nog steeds wordt in dit huis de kerst-CD opgezet. Mijn moeder is immuun geworden voor de herhaling. Mijn zussen zijn al het huis uit. Mijn vader krijgt niet meer van die pretoogjes als hij Darlene Love hoort zingen, het is niet zozeer de muziek, maar juist de traditie waar hij verslaafd aan is geraakt.
Ik weet nog steeds niet wat ik moest horen in het wollige geluid van Phil Spector. Ik zal misschien wel nooit het effect begrijpen waardoor mijn vader alles om zich heen kon vergeten. Wat hoor ik wel? Vreemde drumpartijen die de ene dag niks en de andere dag alles met het nummer te maken hebben. Een basgitarist die het nummer doorwandelt alsof hij een weddenschap heeft om elk vakje van het instrument te gebruiken. Ik hoor blaaspartijen die onder strak regime staan, maar waarvan elk foutje foutje expres wordt versterkt. Pianopartijen die proberen te beschrijven met hoeveel kerstlichtjes de weg naar de hemel wel niet geplaveid is. Ik hoor stemmen die doodvermoeid zijn, die niet meer verder willen, die de volgende take eigenlijk niet aan kunnen.
Dit alles wordt vervolgens in een ruimte gedrukt waar het zich met elkaar mengt, waar het elkaar uitdooft en op sommige plekken elkaar versterkt. Datgene wat er vervolgens uit wordt geworpen is dan “The Wall Of Sound.”
Met eerste kerstdag komen mijn zussen thuis voor het kerstdiner. De plastic kerstboom is intussen al weggegooid, maar we ruziën nog steeds liefdevol over de lampjes. Mijn moeder zal proberen een stuk vlees te braden wat ook dit jaar weer zal mislukken. Mijn vader zal daarbij aardappels bakken waarvan de kwaliteit nog steeds uitmuntend is. Ergens tussen het derde wijntje en het aanbranden van het vlees in, zal mijn vader dan met een verwarde blik de keuken uitlopen. Na wat gerommel schallen er 3 oplopende basnoten van een piano door de ruimte. “I'm Dreaming Of A White Christmas.” We kijken allemaal toe hoe mijn vader met grote pretogen de keuken binnenloopt. Mijn moeder en mijn zussen zullen geërgerd beginnen te vragen of hij het nog steeds niet zat is.
Ik. Ik ben thuis.
Ik wens jullie allemaal een fijne kerst 2011!