Recensie voor
Super Tip-Topper.
Johnny Marr is een waaghals. Waar andere users me iets tippen wat op het eerste gezicht behoorlijk binnen mijn straatje, interessegebied of comfortzone valt, komt Uncle Johnny met Anodyne op de proppen. Je had me ook gewoon dikke hip-hop of bijzondere metal kunnen tippen. Maar ik waardeer je lef - Grouper was immers ook een gok.
Uncle Tupelo is de band waar Wilco en Son Volt uit voort komen. Na enige onenigheid besloten beide frontmannen hun eigen weg te gaan. 2 stuurmannen op 1 schip is wel vaker iets te veel van het goede. Son Volt ken ik verder niet, maar Wilco heb ik niet heel hoog zitten. Ik vind de muziek te generiek en Tweedy’s zang is niet zo mijn ding. De muziek van Uncle Tupelo valt echter onder Alt-Country, dus ik had goede hoop op iets eigenzinnigers. En dat klopt ook wel. Deels.
De plaat begint goed. Het eerste nummer opent met een fraaie fiddle/gitaar combinatie. Nou is de viool wel een instrument waar ik een groot zwak voor heb, dus dat is altijd lekker. Vanaf het moment dat Farrar begint te zingen, weet ik echter al dat dit een lastige plaat gaat worden voor mij. Maar dit 1e nummer is verder wel behoorlijk fraai, met een erg mooi samenzang-momentje zelfs:
working the halls of shame. De 2e track begint zelfs nog beter; fiddle en mandoline! Maar als Jeff hier begint te zingen is de magie snel verdwenen. Zijn stem klinkt heel dof op dit nummer, een beetje verstopt in de mix? Ik vind het een vreemde keuze, alsof het er later aan is toegevoegd. Jammer, want muzikaal vind ik dit nummer zeker sterk. Hier had wel een klein pareltje ingezeten met een andere producer achter de knoppen.
Daarna maakt de plaat een soort 180 graden kanteling en krijgen we met
The Long Cut een straight-forward 90s-rocker. Aardig nummer, maar niet echt bijzonder.
Give Back the Key to My Heart is dan weer een soort country-ballad. De zang klinkt hier ook behoorlijk dof, en ik mis elke vorm van connectie tussen zang en muziek, ze lijken compleet los te staan van elkaar. Tekstueel is dit ook het minste nummer op de plaat. De tekst gaat van klef naar onsubtiel uitleggerig. Een stukje als dit bijvoorbeeld:
Well, you've got a friend named cocaine
And to me, he is to blame
…. oké, het rijmt, maar was die 2e zin nou echt nog nodig na de 1e? Om je punt er in te wrijven ofzo?
Anodyne gaat vervolgens verder met
Chickamauga, weer een aardige, wat onopvallende straight-forward rocker. Daarna horen we ineens een banjo op
New Madrid. Lekker! Dat houdt de plaat wel afwisselend. Ook tekstueel vind ik dit nummer beter dan de eerdere nummers, met fijne story-telling. De zang stoort me wel weer een beetje, zowel de stemmen van Farrar als Tweedy. Het klinkt mij allemaal wat ongepassioneerd in de oren.
De 2e helft van het album verschuiven de Americana invloeden helaas wat meer naar achtergrond. Met vijf nummers op rij zonder banjo, fiddle of mandolin verslapt mijn aandacht toch wel heel erg. En zo'n
High Water klinkt gewoon als een opgewarmd '70s-country-nummer dat nog op Willie Nelson zijn plank lag te verstoffen. Bij de 3e en 4e luisterbeurt bevalt de eerste helft van de plaat me iets beter. Er is wat gewenning aan de sound, zang en het totaalplaatje opgetreden. Zodra de variatie tussen straight-forward rockers en fiddle/banjo-based nummers wegvalt, verlies ik echter steevast mijn aandacht en interesse, en de 2e helft van de plaat gaat me elke luisterbeurt meer tegenstaan.
Een onevenwichtig album dus. Instrumentaal nog wel een krappe voldoende, maar qua vocals/lyrics/eigenzinnigheid een onvoldoende. Ik hoor niet de passie van een 16 Horsepower, de intensiteit of ongebruikelijke songstructuren van de eerste 2 platen van Phosphorescent, of de fraaie arrangementen van een Gene Clark. Na mijn eerste luisterbeurt zat ik nog op een kleine voldoende, maar elke luisterbeurt gaat de score hier een klein beetje verder omlaag.
Op RYM vond ik nog deze mini-review die de plaat samenvat:
Anodyne means "not likely to cause offence or disagreement and somewhat dull", so congratulations, Uncle Tupelo, your album's title is also its one-word review.
Ófwel betere zang, ófwel meer eigenzinnige songstructuren hadden Anodyne kunnen redden voor me, maar het gebrek aan beiden doet de plaat uiteindelijk de das om. Ik vond het op zich wel leuk om de plaat en de band een keer gehoord te hebben, maar dit ga ik niet vaak meer draaien. Enkel
Acuff-Rose en
New Madrid zal ik nog wel eens opzetten.