Op de tweede van Divinity Compromised, een progressieve metalgroep uit Chicago, zingt Lothar Keller. Net als op het
debuut (2013). Bovendien is hij degene die op het debuut van stadsgenoten
Spillage (2015) bij de microfoon stond. De stijl van Divinity Compromised is wel anders dan bij die groep, waar een combinatie van Britse heavy metal met doom klinkt, pakweg Judas Priest meets Black Sabbath.
Op
Terminal klinkt echter, zoals
namsaap hierboven omschrijft
"US heavy/power metal meets progressive metal". Mag ik daaraan toevoegen dat de combinatie logischerwijs een enkele overeenkomst met powermetal heeft? Maar waar dat laatste genre nogal eens te pop, te vrolijk wordt, brengt Divinity Compromised ook in de lichtere delen een ernstiger variant.
Ten opzichte van de voorganger is gitarist Vito Marchese vertrokken, waarmee het sextet uitdunde tot een kwintet. Belangrijk bij dit alles is Ben Johnson. Niet als solist, maar hij verdeelt zijn inbreng tussen slaggitaar en toetsen, waardoor de muziek meandert tussen geluidsmuren en transparantere delen. Qua productie (van de groep) en mix (van Johnson) zit het wel goed.
Kellers stem ontbeert een rauw randje, al kan hij soms grommen. Tegelijkertijd heeft hij een aardig bereik, precies hetgeen deze composities behoeven. Bovendien vermoeit hij niet met vibrato of knijpzang, maar zingt juist ontspannen zonder aan kracht in te boeten. Dat in het vorige bericht wordt gemeld dat
"het leadgitaarspel van Jeff Treadwell een lust voor het oor is," is eveneens een zeer terechte constatering.
Daarbij slaagt de groep erin om pakkende muziek te schrijven. Slotlied
Saving Grace vormt het opus magnum. Dit dankzij met sterke melodielijnen, pakkende riffs en gitaarsolo's en naast drukke delen met dubbele basdrum ook ingetogen stukken met akoestische gitaar. Waar ik normaliter niet zo van langere nummers ben, gaan de acht minuten die voorbijkomen hier níet vervelen.
Andere favoriet is
Shelter in Space, waarbij bombastische toetsenlijnen aan filmmuziek doen denken; de intense partijen van drummer Mike Mousel zetten je echter met beide benen op de grond.
My Escape is dan weer langzaam en verhalend, zoals een groep als Queensrÿche ook kan; met spetterende solo's van Treadwell. Iets dergelijks gebeurt ook in
Legacy.
The Last Refugee leunt dan weer tegen uptempo powermetal aan waarna kort grunts opduiken, een grimmig randje brengend,
The Fall of Astoria is een combinatie van brute thrash met slepende zanglijnen en dansende toetsen.
Zo schildert de groep met contrasten: van luid naar ingetogen, van heftig naar melodieus, van snel naar kalm. In dit alles kun je de invloed van klassieke muziek ontwaren; niet alleen in de soms symfonische toetsenpartijen, maar ook in het gitaarspel; hoor maar eens wat Treadwell in
The Last Refugee neerzet.
Laatst was Dream Theater in Nederland. Je vraagt je af waarom Divinity Compromised niet een keer wordt meegenomen als voorprogramma: dit verdient een veel groter publiek. Liefhebbers van progressieve metal kunnen hier wel wat mee.
Terminal verscheen in Europa bij No Dust Records.
PS - Keller zingt ook bij
Sacred Dawn, waarvan het vierde album
Dismal Swamp wel in mijn kast staat maar nog niet op MuMe. Die ga ik toevoegen, wordt vervolgd.