Ik vindt het heel grappig, die matig gekozen bandnaam, lijkt op andere bestaande groepen, en als zoekterm op de digitale snelweg volledig stuurloos. Maar gelukkig gaat het om de muziek. Na 2 verrassend leuke EP's en een status als opkomend Brits talent, is er nu een heel album.
Waarom vindt ik dit zo overweldigend goed? Het zal wel de combi zijn van de juiste pijlen die allemaal doel raken. De kern is de zangstem, vol passie en emotie, rauw en zacht tegelijk. Rollo zingt met z'n doorleefdheid en gemak; je vraagt je af hoe oud is die gast. En dan komen dit soort teksten voorbij:
Tell my baby, I've got to go, No I won't say Goodbye. I'm ready to see that light.
Straight to heaven or hell, I don't mind, it's all paradise. I'm already on my way, to die.
Cynische cryptische teksten, maar de fanatieke zang zuigt je door elke song heen.
Het is een fragmentarische sound, waar alles los van elkaar gespeeld lijkt te worden; bijna minimalistisch. Weglaten van overbodige noten lijkt wel een doel opzicht. Halverwege een song geheel stil vallen, of rockend uithalen, alles is mogelijk.
De songs klinken bedriegend eenvoudig, relaxt ritmisch met een melancholische ondertoon, maar nooit sentimenteel. De gitaarsolo's van Jack zijn helder, open en puntig. bluesy, rockend of tokkelend. De vaak hoge gitaartonen zijn een strak tegenwicht voor Rolo's rauwe, diepe stem. Ze versterken mekaar.
Geloof dat ik zo wel veel woorden nodig heb voor de Waarom-vraag. Een review per track:
Eerst de 3 singles samen gegroepeerd aan begin van het album. De albumtracks komen later wel.
Something Perfect, Moth & God Forgive:
De eenvoud van een goede gitaarsound en een doordringende zanger: Lekker!
Interlude:
Nix geen intermezzo. gewoon een rustpunt gebaseerd op die ongewoon goed klinkende gitaar van Jack. Instrumentaal? Verrassing.
Horizon:
Al bekend als openingssong tijdens concerten, met meer nadruk op een drumloop en even minder gitaar.
We Can Go Anywhere:
De hele song staat in het teken van de titel. Waar willen we naar toe vraagt elk instrument zich minuten lang af. Laat ik het maar zeggen: naar een zorgvuldig opgebouwde ontlading. Smashing brilliant, zeggen ze dan in de UK.
Feels Like Air:
Zeer terecht ook de albumtitle. Maakt direct indruk met het bluesy instrumentale slot, waar gitaren en bas volledig los kunnen gaan.
Lilyflower: Een lullaby tot slot.
Nieuwe bands worden altijd direct vergeleken met andere acts. En ik zou het niet weten waar
ISLAND op lijkt. Dat eigen geluid verklaard wellicht waarom ik ben ingepakt. Of is het die verrassend frisse sound en strakke composities. Songs hebben ook consequent een fatsoenlijk uitgewerkt begin EN slot; weer pluspunten.
Mijn eerste kennismaking met ISLAND was bij een concert waar ze gewoon voorprogramma waren, waar bij de hoofdact beetje flets afstak. Op dus op naar volgende life confrontatie met het nieuwe werk, want op het podium klinkt ISLAND met meer power, die in de studio niet altijd mogelijk blijkt. En dan heb ik gelukkig toch nog een kritiekpunt te pakken, die niets af doet aan dit super fijne debutalbum.