MusicMeter logo menu
MusicMeter logo
poster

Japan - Obscure Alternatives (1978)

mijn stem
3,63 (110)
110 stemmen

Verenigd Koninkrijk
Rock / Pop
Label: Hansa

  1. Automatic Gun (4:06)
  2. Rhodesia (6:48)
  3. Love Is Infectious (4:10)
  4. Sometimes I Feel So Low (3:46)
  5. Obscure Alternatives (6:50)
  6. Deviation (3:23)
  7. Suburban Berlin (4:59)
  8. The Tenant (7:14)
  9. Deviation [Live] * (3:20)
  10. Obscure Alternatives [Live] * (6:05)
  11. In Vogue [Live] * (6:12)
  12. Sometimes I Feel So Low [Live] * (4:06)
toon 4 bonustracks
totale tijdsduur: 41:16 (1:00:59)
zoeken in:
avatar van Reint
3,0
Na het beluisteren van voorganger Adolescent Sex, kijk ik op van opener 'Automatic Gun'. Het is een behoorlijk harmonieus en direct popnummer. Erg goed.

De slepende reggae/ska-groove van 'Rhodesia' deed Joe Jackson in dezelfde periode beter en losser, al is de synth hier wel echt een toevoeging. Het doet ook een beetje denken aan Ultravox' 'Dangerous Rhythm', die heeft ook mijn voorkeur. Sowieso toont de vroege Japan veel overeenkomsten met de John Foxx-periode van Ultravox.

Sylvains exotische visie op pop is hier wel duidelijk: als het over (voor Engeland) verre oorden gaat, hoort het ook zo te klinken.

'Love Is Infectous' heeft een interessante groove, maar Sylvains zang verpest de boel. De gitaarlijnen hebben wel wat van Burnells spinachtige spel.

'Sometimes I Feel So Low' is een nummer waarop thuis de band thuis lijkt te komen; een geslaagd groovy nummer die het midden houdt tussen de Moroder-disco periode van Sparks en Bowie's platgeslagen drumcomputers op Low.

Ik vind 'Obscure Alternatives' weer zo'n vormexperiment dat werkt. Het moet een soort van meeslepende gothische soul/jazz zijn, maar de quasi-Arabische zang van Sylvain verpest alle goede bedoelingen.

'Deviation' is een groove zonder groove. Doorrr!

'Suburban Berlin' moet een soort Weimar cabaret oproepen. De funk groove't hard genoeg in de coupletten om het eigentijds te houden, en het refrein is een heerlijk dromerige afwisseling.

'The Tenant' lijkt beïnvloed door Polanksi's hilarisch claustrophobische gelijknamige film. Sylvain zou later iets vergelijkbaars doen met Cavani's The Night Porter. Het nummer is een somber, piano-gedreven lament, dat qua instrumentale constructie wel wat weg heeft van 'Maggot Brain' van Funkadelic. Maar dan gemixt met het outro van Roxy Musics 'Ladytron'. Op half tempo.

En Sylvain houdt zijn mond. Wat wil ik nog meer!

avatar van RonaldjK
4,0
De androgyne glamrock van onder meer David Bowie, New York Dolls en de Londense Hollywood Brats kreeg in de dagen van punk en new wave navolging. Zo was daar de Amerikaan Wayne County en in Londen was er Japan. Op hun tweede gaan ze verder waar hun debuut eindigde, zonder grote veranderingen in het geluid aan te brengen. Opnieuw uitgebracht via het Duitse label Hansa.
Automatic Gun opent met stevige gitaar, huilende baslijnen, heerlijke toetsenpartijen en snerpende zang, waarna uit de dikke zes minuten van . . . . Rhodesia weer eens blijkt dat reggae in die dagen populair was in Londen; niet alleen bij de zwarte achterban maar ook in witte punk- en wavekringen, wat oversloeg op deze artrock.
Love Is Infectious heeft een wat vierkant ritme, liever hoor ik Sometimes I Feel So Low dat kant 1 swingend afsluit. Wederom helder geproduceerd door Ray Singer met als technicus Chris Tsangarides, die in het navolgende decennium naam zou maken als producer van de nodige hardrock- en metalgroepen. Vreemd genoeg vermeldt de hoes geen opnamestudio, waarbij ik wel zou willen weten of dit daadwerkelijk in Berlijn werd opgenomen.

Kant 2 opent met een aparte stijl. Is dit rock-reggae? Slepend en enigszins bezwerend, vertraagd en sfeervol is titelnummer Obscure Alternatives zeker, met een climax die me terugbrengt naar het in Berlijnse album Low van Bowie. Deviation is uptempo en bevat blazers, waarbij Sylvians stem de nodige scherpte brengt.
Meer Berlijn én reggae in Suburban Berlin. Langzamerhand dringt tot mij door dat Japans tweede weliswaar minder rockt dan het debuut, maar nog even intens is met zijn verwijzingen naar Low - althans, dat is mijn associatie.
Ruim zeven minuten duurt het instrumentale slotlied The Tenant. Het begint sferisch met piano in de stijl van Erik Satie, waaronder Richard Barbieri lange synthwaaiers plaatst. Daarna de lange noten van gitarist Rob Dean, welke aan die van Carlos Alomar bij Bowie doen denken. Vervolgens glockenspiel van Steve Jansen en saxofoon van bassist Mick Karn. Met de kennis van nu een vooruitwijzing naar volgende albums, hier echter een meditatief slot van een verder rockende plaat met daarin enige reggae.

Een groep in ontwikkeling op Obscure Alternatives, dat slechts zeven maanden na het debuut verscheen. Geen succes echter, Japan (het land) daargelaten waar het album #21 werd. In 2006 verscheen het in sterk uitgebreide editie.
Commercieel succes volgde in 1979 met eerst de samenwerking met Giorgio Moroder en vervolgens hun derde album, waarop een muzikale metamorfose werd gemaakt.

Mijn muzikale reis door new wave kwam vanaf The Jam en ik vervolg in 1979 bij de Schotse Skids.

avatar

Gast
geplaatst: vandaag om 21:19 uur

avatar

geplaatst: vandaag om 21:19 uur

Let op: In verband met copyright is het op MusicMeter.nl niet toegestaan om de inhoud van externe websites over te nemen, ook niet met bronvermelding. Je mag natuurlijk wel een link naar een externe pagina plaatsen, samen met je eigen beschrijving of eventueel de eerste alinea van de tekst. Je krijgt deze waarschuwing omdat het er op lijkt dat je een lange tekst hebt geplakt in je bericht.

* denotes required fields.

Let op! Je gebruikersnaam is voor iedereen zichtbaar, en kun je later niet meer aanpassen.

* denotes required fields.