Brian Protheroe (1944-) is een gewaardeerde Engelse acteur die actief is bij toneel, televisie en film, zij het zonder opvallende rollen in internationaal succesvolle hits of series. In de jaren 70 maakte hij echter ook een drietal serieuze popelpees, waarvan deze Pick-up de middelste en leukste is. De plaat bevat elf nummers, de ene helft door Protheroe in z'n eentje geschreven, de andere helft samen met Martin Duncan, inclusief diverse stukken uit hun musical-achtige projecten Kino Tata en Lotte's Elektrik Opera Film waar waar ze voor Protheroe's debuutalbum Pinball ook al uit putten. Naast de ritmesectie van bassist Brian Odgers en drummer Barry Morgan (beide top-sessie-muzikanten uit die jaren) speelt Protheroe zelf gitaar, piano en diverse andere aanverwante instrumenten, met incidentele hulp van percussionisten, andere instrumentalisten en zangers.
Wat de zeer veelzijdige muziek zelf betreft, hoewel sommige tracks te omschrijven zijn als "gewone" klassieke pop met bizar randje zou ik voor de belangrijkste nummers toch de vergelijking met de Bonzo Dog Doo Dah Band, de tweede kant van Abbey Road en vooral 10cc ten tijde van Kevin Godley en Lol Creme willen maken : The good brand band (over een swingend schoonmakerscollectief) en Gertrude's garden hospital (over een excentrieke verzameling psychiatrische patiënten) hebben hun wortels in de Engelse music-hall, Scobo queen is een pastiche op de Amerikaanse jazz-age-swing, Chase chase chase is een soort blue-grass-versie van Rocky Raccoon, en het absolute opus-magnum Pick-up schakelt in de beste traditie van 10cc heen en weer tussen pop, operette, bossa-nova, jazz-age en vervreemdende tussenstemmetjes. Kortom, typische jaren-70-collage-pop waarin diverse muzikale stijlen opduiken, alles stevig verankerd in een sterk gevoel voor pakkende melodieën, verzorgde arrangementen en Protheroe's aangename stem, die soms nog beter tot z'n recht komt in "gewone" ballades als Running through the city (over zijn verblijf in Amerika) en het prachtige liefdesliedje Soft song. Wie tot hier heeft gelezen en alle verwijzingen naar andere bands en artiesten heeft kunnen plaatsen zal weten wat voor vlees hij hier in de kuip heeft.
Eind jaren 70 kocht ik dit album vanwege de intrigerende hoes op tweedehands vinyl bij een vestiging van Elpee (wie kent die winkelketen nog?) in Den Haag, en in 1996 werd het door het Engelse Basta-label net als Protheroe's twee andere albums (Pinball uit 1974 en I/you uit 1976) op CD uitgebracht. Die uitgave heeft een prima geluid en bevat een fraai tekstboekje met keurige reproductie van de teksten en de credits, plus een kort tekstje waarin Protheroe vertelt over het ontstaan en de opnames van de plaat. Op de een of andere manier kan hij er zich daarin niet toe brengen om enig enthousiasme voor dit album aan de dag te leggen, misschien vanwege al dan niet gesimuleerde bescheidenheid, misschien omdat hij het niet over zijn hart kan verkrijgen om te bekennen dat deze muziek hem inmiddels eigenlijk niet veel meer doet; welke zijn beweegredenen ook mogen zijn, terecht is het niet, want Pick-up is nog altijd een uiterst onderhoudende plaat.